Eerste waardering activa per 1-1-2006

Als er geen eerste waardering heeft plaatsgevonden, maar er wel een deugdelijk meerjareninvesteringsplan (MIP) is opgesteld, dan kan een eerste waardering alsnog redelijk eenvoudig worden opgesteld. Veel investeringen die vermeld staan in de MIP, vinden immers hun oorsprong in het verleden. Aan de hand van onderstaand voorbeeld wordt aangegeven hoe middels de vervangingsinvesteringen de eerste waardering per 1 januari 2006 alsnog kan worden uitgevoerd. Lees verder

Voorbeeld
In de MIP staat aangegeven dat een rekenmethode per 2008 wordt vervangen voor een geschat bedrag van 10.000 euro. Dit actief wordt in een periode van 8 jaar afgeschreven. Op basis van deze informatie kan bepaald worden dat in 2001 de huidige rekenmethode is aangeschaft. Wanneer de aanschafwaarde (in 2001) wordt geschat op € 8.000,– kan met de vastgestelde afschrijvingsperiode van 8 jaar, de waarde van deze rekenmethode per 1 januari 2006 vastgesteld worden op € 3.000. Deze € 3.000 wordt vervolgens in 2006, 2007 en 2008 lineair afgeschreven. De activa waarvan u weet dat ze reeds volledig waren afgeschreven per 1 januari 2006, behoeven uiteraard niet meegenomen te worden in de eerste waardering.

Op basis van een globale inventarisatie
Wanneer een deugdelijk MIP niet voorhanden is, zou door middel van een globale inventarisatie alsnog vastgesteld kunnen worden wat de waarde van de activa per 1 januari 2006 was en welke afschrijvingslasten daaruit voortvloeien. U moet dan dezelfde informatie zien te verkrijgen die u anders vanuit het MIP had afgeleid, te weten:

  1. Welke activa waren aanwezig per 1 januari 2006? Neem alleen die activa mee die op 1 januari 2006 nog niet waren afgeschreven.
  2. In welke jaar is deze activa aangeschaft én wat was destijds de aanschafwaarde? Hier kan worden volstaan met een schatting. U kunt dus ook per lokaal /  bouw / school aangegeven wanneer bijvoorbeeld de leerlingensetjes zijn aangeschaft en wat zo ongeveer de gemiddelde aanschafprijs per leerlingensetje was. Neem alleen die (groepen) activa mee die een aanschafwaarde hadden van boven de door het bestuur vastgestelde drempelwaarde. Deze drempelwaarde heeft u voor uw jaarrekening reeds vastgesteld (veelal € 1.000,-).
  3. Welke afschrijvingstermijnen gelden voor deze activa? Ook de afschrijvingstermijnen zijn door u al vastgesteld voor de jaarrekening 2006.

Beide wijze van waarderen kunt u met bijgaand model verwerken, dat u hiernaast kunt downloaden.

Welke manier van waarderen u ook kiest, het is in alle gevallen aan te raden de procedure vooraf door te spreken met de accountant.

Ten aanzien van de eerste waardering is ook door CFI aangegeven dat het mogelijk is om in bijlage B6 ‘Niet in de balans opgenomen verplichtingen’ een globale raming te geven van de activa aangeschaft vóór 2006. In de praktijk blijkt dat deze wijze van omgaan met de activa aangeschaft vóór 2006 veelal niet door de accountant wordt geaccepteerd.

Als een jaarrekening op (alleen) dit punt door een accountant niet geaccordeerd wordt, kan een bestuur de jaarrekening met die accountantsverklaring opsturen naar CFI onder verwijzing naar de stellingname van CFI zelf, dat er geen verplichting tot eerste waardering geldt en de mogelijkheid bestaat een raming in bijlage B6 op te nemen. Dit biedt op termijn echter geen oplossing. Want als een schoolbestuur voor 1 juli 2007 een financieel jaarverslag over 2006 indient met een afkeurende verklaring van de accountant als gevolg van een inadequate of onvolledige balanswaardering, dan zal het schoolbestuur door CFI worden gevraagd om alsnog te komen tot afspraken met de accountant voor een goede balanswaardering. Zij het niet op korte termijn, dan wel voor het financieel jaarverslag 2007. Oftewel: de eerste waardering zal in dat geval, hoe vervelend ook, toch een keer moeten plaatsvinden.

Informatie Reinier Goedhart, rgoedhart@vosabb.nl

Bijlagen

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn