Goede relaties en een sterk profiel

Openbare scholen moeten investeren in goede relaties met ouders (po) en een sterk schoolprofiel neerzetten (vo). ‘Openbaar onderwijs’ is doorgaans geen schoolkeuzemotief. Dat zijn enkele belangrijke bevindingen van het SCO-Kohnstamm Instituut in een onderzoeksrapport in opdracht van de gemeente Rotterdam. Lees verder

De gemeente Rotterdam gaf opdracht aan het SCO-Kohnstamm Instituut

om een diepgaand onderzoek uit te voeren naar de positie van het

openbaar onderwijs. Directe aanleiding hiervoor was een motie in april

2006 van oud-gemeenteraadslid en huidig wethouder Jantine Kriens (PvdA)

en raadslid Anita Fähmel (Leefbaar Rotterdam).

Zij maakten zich

zorgen over de teruggang van het aantal leerlingen in het openbaar

onderwijs in de stad ten gunste van het bijzonder onderwijs in het

algemeen en het islamitisch onderwijs in het bijzonder. Kriens en

Fähmel gaven aan dat deze teruggang negatieve invloed zou kunnen hebben

op de integratie.

Afnemend marktaandeel
Uit het

onderzoek komt onder meer naar voren dat het openbaar basisonderwijs

landelijk gezien te maken heeft met een lichte terugloop in

leerlingenaantallen. VOS/ABB constateerde enkele jaren geleden al dat

deze terugloop is ingezet na 2001 en stelt vast dat deze terugloop nog

steeds voortduurt.

De terugloop komt vooral tot uiting in de

terugloop van het aantal achterstandsleerlingen (leerlingen met een

extra gewicht van 0,9). Dit is in lijn met de constatering van de

onderzoekers dat juist het marktaandeel van ‘zwarte’ scholen in

Rotterdam terugloopt.

Tussen 2002 en 2005 daalde het

marktaandeel van de openbare scholen met 0,8 procent. Dit met name ten

gunste van pc- en rk-scholen. De terugloop van het marktaandeel van het

openbaar basisonderwijs in Rotterdam komt overeen met het landelijke

percentage.

De onderzoekers concluderen dat het openbaar

basisonderwijs nauwelijks te lijden heeft onder de aantrekkingskracht

van het islamitisch onderwijs, zoals Kriens en Fähmel vreesden. Het

marktaandeel van het islamitisch onderwijs ligt in Rotterdam weliswaar

hoger dan het landelijk gemiddelde (0,6%) maar is met 2,6% nog

bescheiden.

Openbare scholen voor voortgezet onderwijs hebben

tussen 2002 en 2005 over het algemeen te maken met een marktaandeel dat

licht toeneemt: 0,8% landelijk en 0,9% in  Rotterdam.

Aanbevelingen
Op

basis van de statistische gegevens, samenstelling van de

scholenpopulaties en interviews met vertegenwoordigers van Rotterdamse

openbare scholen in het primair en voortgezet onderwijs in combinatie

met literatuurstudie, doen de SCO-onderzoekers enkele aanbevelingen.

Deze tips hebben tot doel het marktaandeel van het openbaar onderwijs

te bevorderen.

Primair onderwijs
Het meeste

effect verwachten de onderzoekers wanneer scholen de communicatie met

de ouders optimaliseren, zodat er een wederzijde vertrouwensrelatie

wordt opgebouwd. ‘Activiteiten om dit te bevorderen kunnen zijn: het

volgen van cursussen door leerkrachten  in het communiceren met

allochtone ouders, het aanstellen van een oudercontactpersoon, het

organiseren van activiteiten voor leerlingen en ouders op school.’

Even lijkt het erop of de onderzoekers met het oog op het behoud van

marktaandeel adviseren een etnisch gesegregeerd profiel te kiezen.

Daarmee is het gemakkelijker lesgeven dan op een school met een

heterogene groep leerlingen. Zij bevelen deze optie echter niet aan,

omdat dit profiel strijdig is met de pedagogische uitgangspunten van

het openbaar onderwijs: actieve pluriformiteit, maatschappelijke

voorbereiding en actieve participatie.

Profilering in het basisonderwijs vinden de onderzoekers sowieso een

lastige zaak. Het beeld dat ouders hebben van een school is in

belangrijke mate bepalend voor de keuze. Goede kwaliteit van het

onderwijs is echter nog geen garantie voor een stabiel of groeiend

leerlingenaantal. Het is sterk afhankelijk van de situatie van de

school of een profiel zal aanslaan. Hier lijken de onderzoekers alsnog

een segregatieprofiel als mogelijke marktstrategie te suggereren.

Scholen

met risicofactoren moeten actief worden gevolgd en daar waar nodig

ondersteund. Het gaat dan veelal om het aantrekken van het juiste

personeel en het ondersteunen bij het maken van afspraken met andere

scholen over het opnemen, spreiden en uitwisselen van leerlingen.

Voortgezet onderwijs
Omdat leerlingen in het voortgezet

onderwijs veel mobiler zijn dan in het primair onderwijs en de

verschuivingen van leerlingenpopulaties binnen het voortgezet onderwijs

in Rotterdam vooral te maken heeft met etnische segregatie, adviseren

de onderzoekers op basis van de ervaringen van een van de

geïnterviewden om de school een sterk profiel mee te geven. Dat kan

bijvoorbeeld tweetalig onderwijs zijn of de term ‘internationale

school’. Dit blijkt vooral autochtone ouders aan te trekken, waardoor

de populatie van de school weer gemengd kan worden.

De

onderzoekers adviseren om (nog)  meer aandacht te geven aan

voorlichting aan en op basisscholen over het voortgezet openbaar

onderwijs: beperk dit niet uitsluitend tot openbare scholen. Een

verhaal over een goede aansluiting, de wijze van lesgeven en het

schoolconcept kan leerlingen motiveren om voor openbaar voortgezet

onderwijs te kiezen.

Openbaar geen keuzemotief
De

onderzoekers stellen dat van het profileren als openbare school niet

veel effect verwacht mag worden, omdat blijkt dat het feit dat een

school openbaar is, doorgaans geen schoolkeuzemotief is voor ouders. De

onderzoekers doen het zelfs voorkomen alsof er een negatief effect van

het etiket ‘openbaar onderwijs’ zou uitgaan, door min of meer het

stigma te bevestigen dat het openbaar onderwijs minder aan orde en

normen en waarden zou doen.

Het Expertisecentrum Openbaar Onderwijs (ECOO) van VOS/ABB is echter

van mening dat dit geen reden mag zijn om het etiket ‘openbaar

onderwijs’ te marginaliseren of  verdoezelen. Vanuit eigen bewustzijn

moet het openbaar onderwijs laten blijken dat de opdracht  van het

openbaar onderwijs nog steeds staat als een huis. Dat zeer waardevolle

normen en waarden de kern vormen van het opbaar onderwijs, worden

nagestreefd en nageleefd.

Het onderzoeksrapport van het

SCO-Kohnstamm Instituut staat in de rechterkolom van dit bericht.

Tevens staat daar een document waarin op een alternatieve wijze wordt

gekeken naar de terugloop van het openbaar basisonderwijs in Rotterdam.

Nu niet zozeer vanuit het marktaandeel bekeken als wel door relatieve

(procentuele) groei/daling van de leerlingenaantallen  in 2005 ten

opzichte van 2000 in kaart te brengen. Deze groei/daling wordt afgezet

tegen de denominaties in Rotterdam en de verschillen op landelijk en

regionaal niveau.

Informatie: Maurits Huigsloot, 0348-405271, mhuigsloot@vosabb.nl

Bijlagen

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn