Handreiking FUWA VO

VOS/ABB biedt u een handreiking voor het maken van een invoeringsplan FUWA VO. Zo weet u welke onderdelen in het invoeringsplan uitgewerkt moeten worden en met welke personele vraagstukken u te maken krijgt. Lees verder

Aanleiding

Partijen hebben in de CAO VO 2003-2005 en in de decentrale CAO’s afgesproken dat FUWA VO 2002 in elke organisatie voor voortgezet onderwijs wordt ingevoerd. Dat betekent dat alle functies met behulp van deze systematiek beschreven en gewaardeerd gaan worden. Dat kan een technische omzetting zijn, gepaard gaan met reorganisatie of het kan gaan om de invoering van nieuwe functies. Het opnieuw beschrijven en waarderen van functies levert hoe dan ook inzicht op over de wijze waarop het werk is georganiseerd, over de verhoudingen binnen de organisatie en de acties die ondernomen moeten worden, als de organisatie de bevindingen afzet tegen de in de toekomst gewenste organisatieopbouw.

Het is van belang om voorafgaand aan een traject van functiewaardering heldere doelstellingen te formuleren en te communiceren over het waarom van het proces en de keuzes die het management daarin heeft gemaakt.

1.      In het invoeringsplan geeft de werkgever aan wat de organisatie beoogt met het (opnieuw) beschrijven en waarderen van de functies.

De praktijk leert dat scholen er veelal voor kiezen om FUWA VO gefaseerd in te voeren; gefaseerd in OOP-functies, managementfuncties en docentfuncties. Omdat functies in relatie tot elkaar staan is het wenselijk om het gehele functiebouwwerk in een keer te bezien en te herzien. De investering in tijd en geld is dan groot. Soms is een categorie recent nog onder de loep genomen. Fasering is daarom wel denkbaar, afhankelijk van de plaatselijke situatie.

2.      In het invoeringsplan geeft de werkgever aan om welke functies of functiegroepen het in welke fase gaat.

Functiewaarderen kan een technische omzetting van bestaande functies zijn. De organisatie maakt als het ware een foto van de werkelijkheid van nu, relateert deze voor de waardering aan het voorbeeldmateriaal en neemt een besluit over de toedeling van functies aan de medewerkers. De werkgever baseert de toedeling van een functie op de aan de medewerker opgedragen werkzaamheden. Aan elke werknemer wordt een nieuwe akte van aanstelling/benoeming uitgereikt.

Er kan ook sprake zijn van de invoering van nieuwe functies. Functies die in die samenstelling nog niet worden uitgevoerd door medewerkers maar wel wenselijk zijn in de organisatie. Toedeling van nieuwe functies vindt veelal plaats via een (interne) sollicitatieprocedure.

3.      In het invoeringplan geeft de werkgever aan of er sprake is van herwaardering van bestaande functies of waardering van nieuwe functies.

4.      In het invoeringplan geeft de werkgever aan hoe de organisatie omgaat met de toedeling van (nieuwe) functies.

Het beschrijven en waarderen van functies kan ook gaan om een gevolg van reorganisatie. Eerst wordt een keuze gemaakt voor een nieuw organisatiemodel, vervolgens worden de functies die daarbij horen beschreven en gewaardeerd, met gebruikmaking van FUWA VO 2002.

De invoering van FUWA VO 2002, als opdracht in de CAO VO 2003-2005 is geen reorganisatie. Ook de differentiatie in de leraarsfunctie is een uitkomst van de invoering van FUWA VO 2002 en derhalve geen reorganisatie.

Stappen in het proces

Een proces van functies beschrijven en waarderen bestaat uit een aantal stappen. In dit deel van het invoeringsplan geeft de werkgever aan welke stappen dat zijn, inclusief een planning van tijd.

5. In het invoeringsplan geeft de werkgever de tijdsplanning aan van de verschillende stappen in het proces. Tijdens het proces kunnen nieuwe zaken aan de orde komen; bijvoorbeeld meer duidelijkheid over consequenties als bepaalde keuzes zijn gemaakt. Het invoeringsplan kan tussentijds gewijzigd of aangevuld worden.

De docentfunctie

De heroriëntatie op docentfuncties vraagt om keuzes van het management. Omdat het traditionele en centraal geregelde verschil tussen een LB-functie en een LD-functie (eerstegraads bevoegdheid en eerstegraads lessen) is verlaten, moet de werkgever zelf  bepalen wat de inhoud van de leraarsfunctie is, binnen de kaders van de CAO VO. Een heroriëntatie op de leraarsfunctie ziet er als volgt uit:

1.             beschrijf de werkzaamheden van docenten in de gewenste situatie

2.             beschrijf wat de basiswerkzaamheden van elke docent zijn en welke aanvullende (pakketten) werkzaamheden er zijn (bijvoorbeeld gericht op lesstofontwikkeling, specifieke groepen leerlingen, beleidsontwikkeling, leidinggeven etc.);

3.             onderscheid de niveaus in werkzaamheden

4.             stel functies samen waarin de werkzaamheden van een bepaald niveau zijn opgenomen

5.             stel vast welke volumes van de verschillende functies noodzakelijk zijn om al het werk te doen (het functiebouwwerk)

6.             stel vast wat de huidige situatie is, zowel kwalitatief als kwantitatief

7.             stel vast welke mensen de werkzaamheden verrichten zoals opgenomen in de verschillende functies en plaats deze in die functie

8.             stel vast wat de kloof is tussen de huidige situatie, de situatie na plaatsing van zittend personeel en de gewenste situatie. Bepaal welke acties nodig zijn om naar de gewenste situaties te komen. Aandachtspunten zijn:
– rechtspositionele aanspraken (bijv. salarisgaranties, HOS-wachtkamer-problematiek)
– ontwikkelingsgericht personeelsbeleid (hoe zorg ik ervoor dat de (toekomstige) mensen in mijn organisatie in staat zijn de werkzaamheden uit te voeren)
– effectief management (FUWA is uitsluitend een instrument om te ordenen en te waarderen; alle overige aspecten moeten door het management van scholen geleid en beslist worden)

9.             maak een (verdere uitwerking van het) invoeringsplan

 
Het is dus belangrijk dat het management keuzes maakt binnen de context van de eigen organisaties. Scholen moeten zich uitspreken voor een bepaalde richting, daarover communiceren en zicht hebben op de rechtspositionele en financiële consequenties van de keuzes.

In de CAO VO 2003-2005 is afgesproken dat scholen op 1 augustus 2004 klaar moeten zijn met de invoering van FUWA VO. Dat is niet voor elke werkgever een mogelijke opgave. De afgesproken termijn in combinatie met de afgesproken volumes (12% van de LB-formatie naar LC en gelijkblijven van LD-formatie) staan sommige organisaties een zorgvuldige en deugdelijke invoering in de weg. Het kan voorkomen dat deze afspraken om financiële en organisatorische redenen niet nagekomen kunnen worden. Zorg ervoor dat in ieder geval voor 1 augustus 2004 de inhoudelijk keuzes gemaakt zijn, de richting gekozen en er zicht is op de consequenties. Op basis daarvan kan een invoeringsplan voor de docentfuncties worden gemaakt dat met de PMR kan worden besproken.

Algemeen

Het stappenplan voor de invoering van FUWA VO ziet er over het algemeen als volgt uit:

 

Actie

Tijdstip/periode

1

Voorlichting personeel over proces en toelichting op systematiek

 

2

De werkgever stelt het invoeringsplan op en legt dit voor aan de PMR (zie CAO VO artikel 5.4).

 

 

3

De werkgever stelt de interne bezwarencommissie in (zie CAO VO artikel 5.7).

 

 

4

De werkgever laat concept-functiebeschrijvingen opstellen door een FUWA-adviseur, aan de hand van schriftelijke bronnen en mondelinge informatie uit interviews met functiehouders.

 

 

5

De FUWA-adviseur legt de concept-functiebeschrijvingen voor aan de opdrachtgever.

 

 

6

De leidinggevende bespreekt de concept-functiebeschrijvingen met functiehouders. Beiden tekenen voor akkoord dan wel geven aan waar wijzigingen nodig zouden zijn.

 

 

7

De FUWA-adviseur stelt de definitieve functiebeschrijving op en geeft een waardering aan de functie.

 

 

8

De werkgever stelt het nieuwe functieboek vast en neemt een besluit over de toedeling van de functies aan medewerkers, inclusief inschaling in het carrièrepatroon.

 

9

Doorlopen interne bezwarencommissie, als de werknemer bezwaar maakt tegen het besluit van de werkgever (zie art. 5.5 en 5.7 CAO VO).

 

 

10

De werkgever neemt een nieuw besluit na het advies van de interne bezwarencommissie.

 

11

De werkgever stelt het functiebouwwerk vast in overleg met de PMR (zie artikel 5.3 CAO VO)

 

12

Doorlopen externe bezwarenprocedure, als de werknemer bezwaar aantekent tegen nieuw besluit van de werkgever (zie artikel 5.6 en 5.8 CAO VO)

 

 

Rechtspositionele gevolgen

De invoering van FUWA VO heeft gevolgen voor de werknemers. In de meeste gevallen zal het niveau van de functie gelijk blijven. In dat geval zijn er geen rechtspositionele gevolgen. Als de uitkomst van de waardering lager is, dan behoudt de werknemer een persoonlijk salarisuitzicht op het oude salaris. Als de functie hoger wordt gewaardeerd, vindt inschaling plaats op basis van die hogere waardering met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2003, tenzij met de centrales een andere datum is overeengekomen (zie artikel 5.4 CAO VO).

6.      In het invoeringsplan geeft de werkgever aan wat de rechtspositionele consequenties zijn van de invoering van FUWA VO.

Bezwaar en beroep

De werknemer heeft de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de beschrijving van de functie in relatie tot de hem opgedragen werkzaamheden, tegen de waardering van de functies en/of tegen de gevolgde procedure. Er is een interne procedure en een externe procedure. In de CAO VO  zijn afspraken gemaakt over beide procedures. Er zijn verschillende procedures beschreven voor bijzonder en openbaar onderwijs. De werkgever kan voor het invoeringsplan de tekst van de CAO VO gebruiken (zie bijlage).

7.         In het invoeringsplan geeft de werkgever de bezwarenprocedure aan en hoe de werkgever voorziet in een interne bezwarencommissie.

  

Informatie en deskundigheidsbevordering

De invoering van FUWA VO is een omvangrijk project, waar alle organisatieleden bij betrokken zijn. De werkgever is verplicht te zorgen voor adequate voorlichting aan personeel. In dit deel van het invoeringsplan geeft de werkgever aan op welke wijze de organisatie ervoor zorgt dat medewerkers, leidinggevenden, P&O-medewerkers en de PMR voldoende op de hoogte zijn van het proces, hoe zij erbij worden betrokken en over FUWA VO als systematiek. Deskundigheidsbevordering kan bestaan uit voorlichting, scholing, opleiding van medewerkers tot FUWA-adviseurs, inschakeling van externe adviseurs etc.

8.      In het invoeringsplan geeft de werkgever aan op welke wijze de organisatie invulling geeft aan informatievoorziening en deskundigheidsbevordering op het gebied van de invoering van FUWA VO.

Bezwaar en beroep; teksten CAO VO 2003-2005

5.5     procedure gedurende invoering FUWA-VO 2002 bijzonder onderwijs.

1.      Interne bezwarencommissie functiewaardering.

a       De werkgever stelt een interne bezwarencommissie functiewaardering in

b       De interne bezwarencommissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en twee leden

–                een lid wordt benoemd op voordracht van de werkgever

–                een lid wordt benoemd op voordracht van de PMR;

–                de externe voorzitter wordt benoemd op gezamenlijke voordracht

De voorzitter is geen werknemer van het bestuur, en is evenmin lid of adviseur van het bestuur

c       De leden worden door de werkgever benoemd voor een periode van twee jaar en zijn herbenoembaar

d       De commissie kan besluiten, al dan niet uit haar midden, een secretaris te benoemen

e       De kosten van de interne commissie komen ten laste van de werkgever.

2.      Bekendmaking toedeling nieuwe functie        

a       De werkgever deelt de werknemer schriftelijk zijn besluit mede met betrekking tot de beschrijving en de waardering van de functie waarin de werknemer vanaf de invoeringsdatum benoemd zal zijn.

b       De mededeling bevat tevens de inpassing van de werknemer in het carrièrepatroon dat behoort bij de functie en indien van toepassing het uitzicht zoals genoemd in artikel 6.20 lid 3  CAO-VO.

3.      Bezwarenprocedure tijdens invoering FUWA-VO 2002

a       De werknemer kan binnen 20 werkdagen na ontvangst van de schriftelijke mededeling van de werkgever bezwaar aantekenen bij de interne bezwarencommissie FUWA-VO als hij zich niet kan verenigen met:

–                de waardering van zijn functie;

–                de wijze waarop de in het invoeringsplan beschreven procedure voor zover op hem betrekking hebbend is gevolgd;

–                de beschrijving van zijn functie in relatie tot de hem opgedragen werkzaamheden.

b       De interne bezwarencommissie brengt, na de betrokken werknemer en de werkgever in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord, advies uit aan de werkgever over het bezwaar en zendt daarvan een afschrift aan de werknemer.

Na ontvangst van het advies van de commissie neemt de werkgever binnen 20 werkdagen een nieuw besluit dat, met redenen omkleed, schriftelijk aan de werknemer wordt meegedeeld

c       De werknemer kan binnen 20 werkdagen na ontvangst van het schriftelijke besluit van de werkgever bezwaar aantekenen bij de externe bezwarencommissie functiewaardering waarbij de werkgever is aangesloten, indien de werknemer zich niet kan verenigen met

–                het nieuwe besluit van de werkgever

–                de wijze waarop de procedure voor zover op hem betrekking hebbend is gevolgd

–                de beschrijving van zijn functie in relatie tot de hem opgedragen werkzaamheden.

De uitspraak van de commissie is bindend voor werkgever en werknemer.

5.6         Bezwarenprocedure FUWA-VO 2002 bijzonder onderwijs

1.      De werkgever is aangesloten bij een externe bezwarencommissie functiewaardering, als bedoeld onder artikel 5.2. lid 2 onder c

2.      De werknemer kan bij de commissie bezwaar aantekenen als hij zich niet kan verenigen met:

–                de waardering van zijn functie;

–                de beschrijving van zijn functie in relatie tot de hem opgedragen werkzaamheden.

3.      De commissie toetst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid of de werkgever de functie van de werknemer juist heeft gewaardeerd, dan wel of de beschrijving van de functie past bij de aan de werknemer opgedragen werkzaamheden. De uitspraak van de commissie is bindend voor  werkgever en werknemer.

 
5.7 procedure gedurende invoering FUWA-VO 2002 openbaar onderwijs.

1.         Interne bezwarencommissie functiewaardering

a       De werkgever stelt een interne bezwarencommissie functiewaardering in.

b       De interne bezwarencommissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en twee leden:

–                een lid wordt benoemd op voordracht van de werkgever;

–                een lid wordt benoemd op voordracht van de PMR;

–                de externe voorzitter wordt benoemd op gezamenlijke voordracht.

De voorzitter is geen werknemer van het bestuur, en is evenmin lid of adviseur van het bestuur.

c       De voorzitter en de leden worden door de werkgever benoemd voor een periode van twee jaar en zijn herbenoembaar.

d       De commissie kan besluiten, al dan niet uit haar midden, een secretaris te benoemen.

e       De kosten van de interne commissie komen ten laste van de werkgever.

 
2.      Bekendmaking toedeling nieuwe functie

a       De werkgever deelt de werknemer schriftelijk zijn voorgenomen besluit mede met betrekking tot de beschrijving en de waardering van de functie waarin de werknemer vanaf de invoeringsdatum van FUWA-V0 2002 zal zijn benoemd.

b       De mededeling bevat tevens de inpassing van de werknemer in het carrièrepatroon dat behoort bij de functie en indien van toepassing het uitzicht zoals genoemd in artikel 6.20 lid 3 CAO-VO.

 
3.      Bezwarenprocedure tijdens invoering FUWA-VO 2002

a       De werknemer kan binnen 20 werkdagen na ontvangst van de schriftelijke mededeling van de werkgever van het voorgenomen besluit bezwaar aantekenen bij de interne bezwarencommissie FUWA-VO als hij zich niet kan verenigen met:

–                de waardering van zijn functie

–                de wijze waarop de in het invoeringsplan beschreven procedure voor zover op hem betrekking hebbend is gevolgd

–                de beschrijving van zijn functie in relatie tot de hem opgedragen werkzaamheden.

b       De interne bezwarencommissie brengt, na de betrokken werknemer en de werkgever in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord, advies uit aan de werkgever over het bezwaar en zendt daarvan een afschrift aan de werknemer.

         Na ontvangst van het advies van de commissie neemt de werkgever binnen 20 werkdagen een definitief besluit dat, met redenen omkleed, schriftelijk aan de werknemer wordt meegedeeld.

c       De werknemer kan binnen 6 weken na ontvangst van het schriftelijke besluit van de werkgever bezwaar aantekenen bij de externe bezwarencommissie functiewaardering waarbij de werkgever is aangesloten. De commissie heeft tot taak  de werkgever te adviseren omtrent een door de werknemer ingediend bezwaar als bedoeld in de Algemene Wet Bestuursrecht tegen een besluit van de werkgever betreffende:

–                het nieuwe besluit van de werkgever

–                de wijze waarop de procedure voor zover op hem betrekking hebbend is gevolgd

–                de beschrijving van zijn functie in relatie tot de hem opgedragen werkzaamheden.

5.8         Bezwarenprocedure FUWA-VO 2002 openbaar onderwijs

De werkgever is aangesloten bij een externe bezwarencommissie functiewaardering, als bedoeld onder artikel 5.2 lid 2 onder c, die tot taak heeft de werkgever te adviseren omtrent een door de werknemer ingediend bezwaar als bedoeld in de Algemene Wet Bestuursrecht tegen een besluit van de werkgever betreffende:

–                de waardering van zijn functie;

–                de beschrijving van zijn functie in relatie tot de hem opgedragen werkzaamheden

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn