Herziening artikel 23 in teken van concept ‘school’

De modernisering van artikel 23 van de Grondwet moet uiteindelijk leiden tot het concept ‘school’, waarin denominaties geen rol meer spelen. In een brief aan de vaste Kamercommissie voor OCW legt VOS/ABB uit wat hiervan het belang is.

De brief aan de Kamercommissie staat in het teken van een rondetafelgesprek op donderdag 14 november. Dat gesprek gaat over artikel 23, het grondwetsartikel uit 1917 waarin de vrijheid van onderwijs is geregeld. Aanleiding is het advies dat de Onderwijsraad heeft uitgebracht over de noodzaak om dit artikel zodanig aan te passen dat het past bij de huidige maatschappelijke verhoudingen.

Als stip op de horizon hanteert VOS/ABB (samen met de Vereniging Openbaar Onderwijs) het concept ‘school’: zonder de voorvoegsels openbare, katholieke, protestants-christelijke, islamitische of welk voorvoegsel dan ook. Op een ‘school’ is ieder kind welkom, mét aandacht en ruimte voor levensbeschouwing en geloof. De actieve pluriformiteit dient niet te blijken uit verschillende soorten scholen, maar moet juist vorm krijgen binnen de school als sociale ontmoetingsplaats.

Richtingvrij plannen
In de brief aan de Kamercommissie komen ook andere aspecten aan bod, zoals het richtingvrij plannen. VOS/ABB vindt het een goede zaak dat het kabinet hierop aanstuurt, omdat het begrip ‘richting’ niet meer past bij de huidige maatschappelijke verhoudingen. Terwijl steeds minder Nederlanders lid zijn van een kerk, hebben de meeste scholen nog steeds een religieuze grondslag. Het begrip ‘richting’ is er ingesleten onder invloed van de verzuiling in de 20e eeuw.

VOS/ABB dringt er bovendien op aan om bij het stichten van scholen gebruik te maken van de directe meting, omdat die een actueel en daarmee reëel beeld geeft van de behoefte van ouders in bijvoorbeeld een nieuwbouwwijk. De indirecte meting, waarbij wordt uitgegaan van bestaande verhoudingen, geeft dat realistische beeld niet.

In het verlengde hiervan stelt VOS/ABB voor om de stichtings- en opheffingsnorm voor het openbaar onderwijs lager te maken dan die voor het bijzonder onderwijs. Dit komt voort uit het feit dat de Grondwet ‘alomtegenwoordigheid’ van het openbaar onderwijs verlangt, in tegenstelling tot het bijzonder onderwijs. Met lagere stichtings- en opheffingsnormen kan recht worden gedaan aan de garantiefunctie van het openbaar onderwijs.

Eigen verantwoordelijkheid
Ten slotte stipt VOS/ABB in de brief de kosten voor het vervoer van zogenoemde signatuurleerlingen aan. Staatssecretaris Sander Dekker van O CW vindt terecht dat dit niet meer van deze tijd is, maar hij wil pas maatregelen nemen als de demografische krimp voorbij is. Op basis van het dan ontstane scholenaanbod zou moeten worden bezien hoe het leerlingenvervoer moet worden vormgegeven.

VOS/ABB vindt dit een gemiste kans, temeer daar het kabinet uitgaat van de vrije keuze en de eigen verantwoordelijkheid van de burgers. Vervoer van signatuurleerlingen zou in de ogen van VOS/ABB voor eigen rekening van de betreffende ouders dienen te komen en niet voor rekening van de gemeenschap.

In de wet staat immers dat er overal voldoende openbaar onderwijs moet zijn. Daarbij is het van belang op te merken dat de openbare school de wettelijke opdracht heeft tot actieve pluriformiteit, met als onderdeel daarvan aandacht voor levensbeschouwing en godsdienst op basis van diversiteit. Het is dus niet noodzakelijk om op grond van levensbeschouwelijke/godsdienstige uitgangspunten een school op afstand te kiezen. Wie die keuze wel maakt, moet de consequenties daarvan aanvaarden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl