Het nieuwe Risicofonds

Het Risicofonds blijft bestaan, maar naam en doelstelling zijn aangepast. De nieuwe naam is Stichting ter bevordering van het funderend bijzonder onderwijs. Dit artikel gaat in op de veranderingen binnen het Risicofonds en de aanleiding daarvoor. Lees verder

Indertijd is het Risicofonds opgericht door het bijzonder onderwijs om ook vervanging mogelijk te maken van personeel dat uit eigen middelen van het bestuur werd betaald.

Dat betrof indertijd slechts een klein deel van het totale personeelsbestand. Door de verplichte aansluiting van de besturen bij het Vf en het Pf bleef het lange tijd ook maar een gering bestand qua omvang. Het Risicofonds geeft een verzuimverzekering wat – kort gezegd – inhoudt dat bij ziekte de werkgever een vergoeding krijgt. Bij het Vervangingsfonds kan men de feitelijke loonkosten declareren die een werkgever voor een vervanger maakt. Dit laatste is veel bewerkelijker omdat dit vereist dat men alle gegevens van de kosten van de vervanger moet overleggen terwijl het ook om kosten moet gaan die onontkoombaar zijn. Het Risicofonds betaalt bij verzuim een vergoeding, los van de vraag hoe die vergoeding besteed wordt door de betreffende werkgever.

Verzekeringen
Na het beëindigen van de verplichte aansluiting van het VO werd het voor ieder bestuur in het VO een vrije zaak of en hoe men de vervanging van personeel wilde verzekeren. Men kon daarvoor ook bij het Risicofonds terecht. Daardoor werd een aanzienlijk hoger aantal verzekerden verkregen. Dat betekende ook dat de verplichtingen voor het Risicofonds zelf aanzienlijk toenamen.

Bovendien kwam daar sinds de invoering van de lumpsumbekostiging in het PO nog een uitbreiding bij: iedere nieuwe aanstelling/benoeming vanaf 5 juli 2006 is niet meer verplicht verzekerd bij het Vf, zodat ook die groep kon kiezen voor verzekeren bij het Risicofonds. Het bleek uit de gegevens van het Vervangingsfonds dat dit bestand al in het eerste jaar zo’n 10% van het totale bestand van het Vf omvatte, zodat die 10% kon kiezen uit de mogelijkheid:

– Niet verzekeren, eigen risicodrager worden;

– Verzekeren bij het Vf op basis van een vrijwillige verzekering met dezelfde vergoedingsregeling als de verplichte verzekering;

– Verzekeren bij het Risicofonds;

– Een andere verzekering nemen.

Driekwart van de 10% bleek te kiezen voor de vrijwillige verzekering van het Vf, ongetwijfeld ook door de relatief lage premie die daarvoor gold, maar die wel kostendekkend moest zijn. De 10% is inmiddels gestegen tot zo’n 20% en neemt nog toe tot 1 januari 2009, als de pilot begint. Dan stopt de mogelijkheid om nieuwe vrijwillige verzekeringen bij het Vf af te sluiten.

De maximaal 2,5% die in het eerste jaar kon ‘overlopen’ naar het Risicofonds betekende opnieuw een uitbreiding van het verzekerdenbestand bij dit fonds. Die 2,5% is ook verder gegroeid tot zo’n 5%. Nu de pilot vervangingsbekostiging met ingang van 1 januari 2009 hoogstwaarschijnlijk doorgaat, verandert de situatie opnieuw. Maximaal 20% van alle besturen in het PO kan deelnemen aan de pilot, maar deelname betekent tegelijkertijd dat verzekeren bij het Vf niet langer mogelijk is. Anders zou een bestuur al z’n personeel met de hoge premie van de verplichte verzekering direct opnieuw kunnen verzekeren tegen de lage premie van de vrijwillige verzekering!

Het betekent daardoor dat 20% van de besturen voor zijn personeel op zoek gaat naar een passende vorm van vervanging en de bekostiging daarvan. Men kan dan wederom kiezen voor de mogelijkheid eigen risicodrager te zijn, of een verzuimverzekering zoeken met de gewenste condities.

Gevolgen
Concreet betekent dit voor het Risicofonds dat de markt wederom zeer fors toeneemt met alle gevolgen van dien. De Nederlandse Bank ziet er op toe dat iedere erkende verzekeraar moet voldoen aan de wettelijke eisen die gelden, onder andere de garantie dat er voldoende vermogen is om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Met een zo groot bestand als in de naaste toekomst te verwachten is, betekent dat voor het Risicofonds dat bij de verzekerden een fors bedrag moet worden opgehaald om voldoende kapitaalgarantie te kunnen waarmaken. Daarom is er voor gekozen om op zoek te gaan naar een kapitaalkrachtig bedrijf dat die garantie wel kan geven. Of in eigen woorden in de brief van 29 mei jl.: ‘Om die reden heeft het Risicofonds zich georiënteerd op een partner met een breder dienstenpakket en meer financiële armslag.’

In eenvoudiger bewoordingen betekent het simpelweg dat het Risicofonds aan zijn eigen succes ten onder is gegaan en de boel verkocht heeft aan een commerciële verzekeraar. Uiteraard wel met de garantie dat de bestaande verzekeringsovereenkomsten volledig intact zijn gebleven.

Uitkering
Het Risicofonds als zodanig blijft bestaan, al zijn de naam en doelstelling aangepast: Stichting ter bevordering van het funderend bijzonder onderwijs. Door de verkoop verkrijgt het Risicofonds middelen vrij van enige omvang (er zou sprake zijn van 12 miljoen) die uitgekeerd zullen worden aan de in het Risicofonds deelnemende besturen. Die krijgen daar nadere informatie over voor 1 oktober a.s.

Desgevraagd is bevestigd dat ook de deelnemende openbare besturen in deze uitkering zullen meedelen.

Voor de toekomstige pilotbesturen is van belang te weten dat dus het Risicofonds zoals dat er was, binnenkort niet meer zal bestaan. Op de website van het Risicofonds is op 2 juni jl. bekend gemaakt dat dit Achmea is geworden.

Bé Keizer, 0348-405251, bkeizer@vosabb.nl