Hoe nationaal is het onderwijsakkoord?

Mooi, er ligt een Nationaal Onderwijsakkoord. Oké, het is nog een principeakkoord, dat moet worden voorgelegd aan de leden van de werkgevers- en werknemersorganisaties, maar toch: mooi dat er nu eindelijk handtekeningen zijn gezet. Maar wat is er nationaal aan, als de Algemene Onderwijsbond (AOb) als grootste werknemersorganisatie het niet steunt?

Het handhaven van de nullijn in het onderwijs was voor de zomervakantie voor de AOb reden om weg te lopen van de onderhandelingstafel. Later besloot de Stichting van het Onderwijs, waarin de werkgevers en werknemers zijn verenigd, dat ook te doen. Om dezelfde reden, nadat het kabinet de noodzaak van de nullijn had bevestigd. Dat volgde op de bekendmaking door minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën dat er in 2014 voor een bedrag van in totaal 6 miljard euro moet worden bezuinigd op de overheidsuitgaven.

Het bevreemdde mij dat na de zomervakantie vanuit de VO-raad het signaal kwam dat er wel weer te praten viel, terwijl er geen tekenen leken te zijn dat het kabinet de nullijn zou loslaten. Zoals de vlag er nu voorhangt, is het nog maar zeer de vraag of het personeel er toch geld bij krijgt. Voorlopig zijn de berichten hierover slechts gebaseerd op wat ‘goed ingewijden’ melden. Het is nog helemaal niet bekend of en zo ja wanneer wie er hoeveel bij zou kunnen krijgen. Pas op Prinsjesdag kunnen we hier meer informatie over verwachten. Dat is veel te laat!

Afgezien hiervan is het volgens mij niet goed dat de onderhandelende partijen verdeeld zijn geraakt. De AOb heeft als grootste onderwijsbond van Nederland het principeakkoord (nog) niet ondertekend, terwijl CNV Onderwijs en de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad dat wel hebben gedaan. Al deze organisaties zitten in de Stichting van het Onderwijs, die zich als een eenheid tegenover het kabinet sterk zou moeten maken voor goed onderwijs en met één mond zou moeten spreken.

De gang van zaken rond het Nationaal Onderwijsakkoord komt daarom op mij over als een sterk staaltje van verdeel-en-heers-tactiek van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW, met als vette worst die zij voorhielden investeringen in het onderwijs die kunnen oplopen tot bijna 700 miljoen euro.