Inkomen mag niet bepalend zijn voor onderwijskansen

In Nederland moeten alle kinderen het onderwijs kunnen volgen dat past bij hun talenten. Het inkomen of opleidingsniveau van hun ouders mag niet bepalend zijn. Dat benadrukken minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in reactie op de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat de tweedeling in het onderwijs groeit.

‘Sociaal milieu speelt altijd een rol bij de onderwijskansen. Niettemin, onderwijskansen zouden gebaseerd moeten zijn op wat je kan, niet op het sociale milieu waaruit je komt’, zo staat in de beleidsreactie die Bussemaker en Dekker naar aanleiding van het rapport De Staat van het Onderwijs hebben doen uitgaan. In dat rapport staat dat de kansenongelijkheid tussen kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders toeneemt.

‘We kunnen niet genoeg benadrukken dat een goed toegankelijk onderwijssysteem met kansen voor alle leerlingen cruciaal is in een open samenleving die internationaal meetelt’, aldus de minister en de staatssecretaris. Zij stellen al langer aandacht te vragen voor sociale ongelijkheid.

Onderwijskansen en segregatie

Zij verwijzen daarbij naar de publicatie Twee werelden, twee werkelijkheden, die publicist Margalith Kleijwegt op verzoek van minister Bussemaker heeft gemaakt. Deze publicatie laat zien hoe sterk de segregatie in het Nederlandse onderwijs is.

Ook refereren ze aan de publicatie Gescheiden Werelden van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de kabinetsreactie daarop, waarin Bussemaker en Dekker aangeven welk beleid ze voeren ‘om te komen tot een meer gelijke verdeling van kansen op maatschappelijk succes’, zoals het in de beleidsreactie wordt genoemd.

Ouders en scholen beïnvloeden onderwijskansen

Er ligt volgens Bussemaker en Dekker een complex aan oorzaken ten grondslag aan de groeiende tweedeling die de inspectie signaleert. Als eerste noemen ze de toenemende invloed van het (keuze)gedrag van ouders. ‘Dat is op individueel niveau goed te begrijpen. Elke ouder wil immers het beste voor zijn of haar kind. Maar maatschappelijk gezien heeft het ongewenste effecten’, zo schrijven ze in hun beleidsreactie.

Verder zijn er volgens Bussemaker en Dekker ‘veel overgangen en selectiemomenten die voor kinderen van lager opgeleide ouders (…) een knelpunt vormen’. Tot slot stellen ze dat het gedrag van schoolleiders en schoolbesturen debet zijn aan de groeiende tweedeling: ‘Er kan immers spanning ontstaan tussen enerzijds het belang van de school en anderzijds hun maatschappelijke opdracht’.

Lees ook het commentaar van adjunct-directeur Anna Schipper van VOS/ABB, die stelt dat de groeiende tweedeling in het onderwijs het gevolg is van slecht beleid van Sander Dekker, voor wie het tegengaan van segregatie de afgelopen jaren totaal geen issue was.