Innovatieplatform ziet plussen en minnen

Het gaat goed met de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Dat meldt het Innovatieplatform in een tussentijdse evaluatie van de Kennisinvesteringsagenda 2006-2016. Het platform signaleert echter ook dat het op andere terreinen nog niet zo goed gaat als het kabinet zich heeft voorgenomen. Lees verder

Het langetermijndoel van de Kennisinvesteringagenda (KIA), die onder meer is ondertekend door de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO) en de VO-raad, is dat al het aanwezige talent zich kan ontplooien ‘zodat Nederland economisch kansen pakt en een antwoord biedt op ontwikkelingen als globalisering’.

De KIA wordt jaarlijks geëvalueerd door het Innovatieplatform. Dat is nu voor de eerste keer gedaan. Voorzitter van het platform is premier Jan Peter Balkenende. De ministers Ronald Plasterk van OCW en Maria van der Hoeven van Economische zaken zitten er ook in. Andere leden zijn SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, hoogleraar Robbert Dijkgraaf van de Universiteit van Amsterdam en Philipstopman Gerard Kleisterlee.

VVE sterk geïntensiveerd
In de eerste tussentijdse evaluatie van de KIA krijgt de voorschoolse educatie voor achterstandsleerlingen een plusje. Het VVE-beleid is sterk geïntensiveerd. Aandacht blijft echter vereist, zo stelt het Innovatieplatform, omdat de 100 procentambitie nog niet is bereikt. Een minpunt is dat er voor de VVE geen taaltoets komt.

Het Innovatieplatform beoordeelt de verbetering van de carrièremogelijkheden voor leraren als positief. Het Actieplan LeerKracht geeft volgens het platform een scherpe analyse van de problemen die leraren ervaren en zet in op oplossingen. Daarbij noemt het platform de investering van ruim 1 miljard euro van minister Plasterk.

Horzizontaal/verticaal
De verschuiving van het toezicht op scholen naar ‘horizontaal’ is positief ontvangen. Maar het Innovatieplatform tekent hierbij aan dat de commissie-Dijsselbloem vooral aandacht vraagt voor een versterking van het ‘verticale’ toezicht door de Inspectie. Het platform meldt ook dat het nog niet zo goed gaat met het creëren van experimenteerruimte voor regelvrije scholen. ‘Onderwijsvernieuwingen blijven noodzakelijk, maar evidence based en bottom up’, zo staat in de evaluatie.

Het platform vindt verder dat er meer aandacht moet komen voor investeringen in ICT om leraren meer ruimte te bieden voor onderwijs. Momenteel worden kansen nog onvoldoende benut. De doorstroom van vmbo naar havo en hbo is verbeterd, maar de handhaving is nog een probleem.

Het platform is positief over de ruimte die scholen krijgen door uit te gaan van eindtermen, zonder dat van bovenaf wordt opgelegd hoe scholen die termen moeten bereiken. De commissie-Dijsselbloem ondersteunt deze visie.

Deze en andere punten staan in de powerpointpresentatie van de evaluatie, die u kunt vinden in de rechterkolom van dit bericht.

Klik hier voor de website van het Innovatieplatform.