Inspectie hoeft schorsing/verwijdering niet te onderzoeken

De Inspectie kán een onderzoek instellen naar de schorsing of verwijdering van een leerling, maar dat hoeft niet per se. Daarmee reageert staatssecretaris Sander Dekker van OCW op een veronderstelling van advocaat Katinka Slump.

De Vaste Kamercommissie voor OCW had de staatssecretaris gevraagd te reageren op een brief van Slump over de rol van de inspectie bij de schorsing en verwijdering van leerlingen. De brief ging specifiek in op een leerling die zonder onderwijs thuis kwam te zitten. In zijn reactie wijst Dekker erop dat voor deze leerling na bemiddeling door een onderwijsconsulent weer een onderwijsplek is gevonden.

De staatssecretaris wijst er verder op dat uit de brief van de onderwijsadvocaat blijkt dat zij vindt dat elk geval van schorsing of verwijdering door de inspectie onderzocht en beoordeeld zou moeten worden. ‘Een dergelijke taak is echter niet bij de inspectie belegd, zoals de inspectie zelf in haar reactie aan mevrouw Slump ook aangeeft’, aldus Dekker.

Het toezicht van de inspectie is risicogestuurd, zo benadrukt hij. ‘Onderzoek kan plaatsvinden indien een school in negatieve zin opvalt. Bijvoorbeeld omdat een school opvallend veel leerlingen schorst of verwijdert.’ In die gevallen kan de inspectie volgens de staatssecretaris bepalen dat er voor die school een interventietraject nodig is.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl