Inspectie: huidige beoordelingssystematiek voldoet

Het heeft geen zin om voor de beoordeling van basisscholen naast het leerlinggewicht het opleidingsniveau van de ouders gedetailleerder vast te leggen dan nu al het geval is. Dat stelt de Inspectie van het Onderwijs. Lees verder

Critici van de huidige inspectiesystematiek veronderstellen doorgaans, dat deze te streng uitpakt voor basisscholen met veel gewogen leerlingen en te soepel voor scholen waar veel kinderen van hoogopgeleide ouders zitten (die in de huidige systematiek niet te traceren zijn). De inspectie meldt echter dat dit uit analyses niet blijkt.

Het is weliswaar mogelijk om de huidige systematiek uit te breiden met meer gedetaileerde informatie over het opleidingsniveau van de ouders, maar volgens de inspectie leidt dit niet tot zorgvuldigere beoordelingen. Bovendien zou een gedetailleerde registratie van het opleidingsniveau van de ouders tot meer administratieve rompslomp bij de basisscholen leiden, wat ongewenst is.

Professionele dialoog
Het lijkt de inspectie daarom beter om in te zetten op een professionele dialoog met schoolbesturen. Als besturen vinden dat op een basisschool, die als onvoldoende uit de bus komt, sprake is van bijzondere omstandigheden in de leerlingpopulatie, dan kan het bestuur die visie met de inspectie bespreken. Die kan vervolgens in haar oordeel eventueel afwijken van de beslisregels.

Deze aanpak past volgens de inspectie bij het principe dat schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijs en zich daarover verantwoorden.

Klik hier voor het inspectierapport ‘Differentiatie van het opleidingsniveau van ouders bij het beoordelen van de opbrengsten van de basisschool’.