Inspectie: kwaliteit van het onderwijs neemt toe

Het aantal scholen dat aan de normen van de Inspectie van het Onderwijs voldoet, is in 2010 toegenomen. Vooral het praktijkonderwijs is sterk verbeterd. Dat meldt de inspectie in het rapport ‘De staat van het onderwijs’. Lees verder

De inspectie meldt dat in 2010 het aantal leerlingen op zwakke en zeer zwakke scholen met ongeveer 8000 is afgenomen tot in totaal 137.000. De verbetering van het praktijkonderwijs blijkt uit het feit dat er geen zeer zwakke praktijkscholen meer zijn en dat het aantal zwakke scholen in deze sector het laagst is.

De inspectie meldt echter ook dat eenderde van de scholen voor speciaal basisonderwijs niet voldoet aan de nieuwe, aangescherpte normen voor het sbo. Die aanscherping heeft er volgens de inspectie ook toe geleid dat de sbo-scholen die vier jaar geleden nog als zwak of zeer zwak werden beoordeeld, zich behoorlijk hebben verbeterd.

Het echt slechte nieuws uit het inspectierapport is dat het aantal zwakke en zeer zwakke scholen voor havo en vwo is toegenomen. Hier ligt de nadruk op de grote verschillen die de inspectie constateert tussen de cijfers van de schoolexamens en die voor de centrale examens. Ook noemt de inspectie lagere slagingspercentages, met name onder havo-leerlingen. 

VOS/ABB wijst erop dat achter de lagere slagingspercentages een verklaring schuilgaat. Steeds meer leerlingen kiezen voor havo in plaats van vmbo. Dit brengt met zich mee dat het gemiddelde niveau van havo-leerlingen daalt. Dit betekent dus niet automatisch dat de kwaliteit van het onderwijs afneemt.

Waar staan de meeste zwakke scholen?
De inspectie keek ook naar de regionale spreiding van zwakke en zeer zwakke basisscholen. De meeste van die scholen staan in de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe en in de grote steden.

Op deze scholen zitten over het algemeen veel autochtone en allochtone achterstandsleerlingen. In het rapport benadrukt de inspectie dat dit niet mag worden gebruikt als excuus voor het feit dat scholen zwak of zeer zwak presteren. De achtergrond en het uitgangsniveau van leerlingen ‘mag nooit een excuus voor slechte onderwijskwaliteit’ zijn, aldus de inspectie.

Krimpgebieden en samenwerking
De inspectie keek tevens naar de omvang van scholen in relatie tot kwaliteit. Het blijkt dat kleine basisscholen met minder dan 50 leerlingen over het algemeen lager scoren dan scholen met meer dan 100 leerlingen.

Het aantal basisscholen met 50 leerlingen of minder is in 2010 toegenomen van 180 naar 201. Deze schooltjes bevinden zich vooral in de krimpgebieden Groningen, Friesland, Drenthe, Zeeland en Limburg.

De inspectie stelt zich in het rapport de vraag of het wenselijk is om in het kader van onderwijs heel kleine schooltjes open te houden, vooral als er in de buurt nog een andere basisschool is. Er wordt in het rapport gepleit voor schaalvergroting en bestuurlijke samenwerking om de onderwijskwaliteit op peil te houden.

Het rapport ‘De staat van het onderwijs’ is overhandigd aan minister Marja van Bijsterveldt en staatssecretaris Halbe Zijlstra van OCW.

Klik hier voor het onderwijsverslag ‘De staat van het onderwijs’.

In de rechterkolom staat een commentaar van VOS/ABB-directeur Ritske van der Veen op cijfers uit het onderwijsverslag.