Interlevensbeschouwelijke ontmoeting

In Rotterdam hebben de organisaties die het levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare basisscholen verzorgen de handen ineengeslagen. Met ontmoetingsprojecten die in samenspraak met openbare scholen worden vormgegeven leveren deze organisaties een eigen bijdrage aan de bevordering van actief burgerschap en sociale integratie. Op 14 februari 2007 zijn tijdens een miniconferentie de eerste projecten en de mogelijke vervolgstappen besproken. Lees verder

De miniconferentie was door de Dienst Openbaar Onderwijs Rotterdam georganiseerd. Mariët Schilperoort van VOS/ABB trad op als gespreksleider.

Het levensbeschouwelijk vormingsonderwijs (lvo) neemt een bijzondere plaats in binnen het openbaar onderwijs. Het openbaar onderwijs geeft ouders namelijk de mogelijkheid – het is niet verplicht – om hun kind een vorm van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te laten volgen. Het bevoegd gezag treedt hier uitsluitend op als gastheer. De lessen vinden ook niet plaats binnen het kader van de eigen opdracht. Lvo schept juist de ruimte om vanuit een meer specifieke levensbeschouwelijke invalshoek les te geven.

De organisaties die in Rotterdam het levensbeschouwelijk vormingsonderwijs verzorgen en dus optreden als bevoegd gezag voor de docenten die de lessen geven, willen een eigentijdse invulling geven aan de geboden ruimte. Het Inter Kerkelijk Overleg in Schoolzaken (IKOS), de Stichting Humanistisch Vormingsonderwijs  (HVO) en de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR) – samenwerkend in het platform levensbeschouwelijk vormingsonderwijs Rotterdam – hebben daartoe de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • eerbied voor de identiteit van ieder mens;
  • het bevorderen van onderling begrip en verdraagzaamheid;
  • geen enkele vorm van ‘evangelisatie’;
  • het afwijzen en bestrijden van vormen van dwang of (religieus) geweld om invloed aan te wenden of te versterken.

Het platform staat in het verlengde hiervan ontmoetingsprojecten levensbeschouwelijk vormingsonderwijs voor ogen met als doelen:

  • kennismaking met de verschillende stromingen en het bevorderen van onderling begrip;
  • hoe vanuit christendom, humanisme en islam bijgedragen kan worden aan een cultuur/klimaat van respect, ontmoeting en gesprek;
  • bijdragen aan de identiteitsontwikkeling van leerlingen en
  • bevordering van samenwerking tussen de platformorganisaties en scholen met maximale betrokkenheid van ouders.

Tijdens de bijeenkomst zijn een viertal pilots de revue gepasseerd. Daarbij viel op dat de betrokken scholen alle enthousiast waren over hun project.
Zo werd de samenwerking met de vakleerkrachten lvo gewaardeerd. Het heeft de reguliere docenten meer inzicht gegeven in wat er tijdens de lessen lvo gebeurd. Meer inzicht en overleg maakt een betere afstemming tussen de lessen mogelijk.
Ook het feit dat de leerlingen te maken kregen met alle drie de invalshoeken en niet slechts met één invalshoek ondersteunt de actief pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs. Niet in de laatste plaats waren ook de reacties van de kinderen zeer positief.

Aangezien het hier in principe gaat om onderwijs op verzoek van ouders hebben de scholen waarop de projecten op hebben plaatsgevonden hierover zeer nadrukkelijk met de ouders gesproken. In de projecten konden – na toestemming van de ouders – ook kinderen participeren die geen lvo volgden.

Ondanks het feit dat de scholen de projecten als een positieve verrijking hebben ervaren, hebben de projecten ook een aantal knelpunten te zien gegeven.
Zo zijn – en dat is eigenlijk een structureel probleem voor lvo – de financiële middelen beperkt. De organisaties die lvo verzorgen zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van een subsidie van de gemeente Rotterdam. Dat is geen vetpot. De mogelijkheid van structurele rijksfinanciering wordt op dit moment door de minister op verzoek van de Tweede Kamer onderzocht.
Aangezien de voorbereidingen voor de projecten veel tijd vragen zijn deze vooral afhankelijk van de inzet van de betrokken lvo docenten en dat maakt continuïteit kwetsbaar.
Op een school bleek uit een enquête onder de ouders dat tweederde van de ouders door wilden gaan met de in het project vormgegeven wijze van lvo. Eenderde van de ouders wilden echter nadrukkelijk niet verder met deze vorm van lvo.
Ook bleek dat twee van de drie organisaties hun twijfels hadden over ontmoetingsonderwijs op jonge leeftijd. Zij stelde dat kinderen eerst iets moeten weten van hun eigen achtergrond voordat ze zich open opstellen voor anderen.

Op een van de scholen kunnen ouders nu naar aanleiding van het ontmoetingsproject in de groepen drie, vier en vijf voor één van de richtingen kiezen. Terwijl in de groepen zes en zeven de leerlingen kennismaken met al de drie invalshoeken. Alle ouders laten hun kinderen hier aan deelnemen.

Hoe het verder zal gaan met het ontmoetingsonderwijs is onduidelijk. Tot nu toe hebben de platformorganisaties voor een van de projecten een bijdrage in de kosten van de gemeente Rotterdam ontvangen. Om dergelijke projecten te kunnen uitbouwen en om een meer structurele inbedding te kunnen geven ontbreken op dit moment de financiële middelen. In hoeverre de gemeente Rotterdam bereid is daarin te voorzien is niet duidelijk. Wellicht dat die middelen er wel komen wanneer de regering op aandringen van het parlement docenten lvo structureel gaat bekostigen. Daar zal medio juni meer duidelijkheid over moeten ontstaan.

Openbare scholen mogen gegeven de aard van het onderwijs daar zelf niet rechtstreeks in investeren. Op de vraag of de uitvoering van het project ook had kunnen plaatsvinden binnen de eigen opdracht van het openbaar onderwijs antwoordde de betreffende directeur na enige overdenking ‘ja, …zeker sinds 2001’. Maar ook vanuit deze invalshoek speelt dan de vraag hoe de benodigde middelen en expertise te organiseren.

In de rechterkolom treft u een document aan waarin de platformorganisaties hun doelstellingen met betrekking de ontmoetingsprojecten uiteenzetten.

Bijlagen