Invoering FUWA VO

Scholen zijn hard aan de slag met de invoering van FUWA VO. Werkgevers in het voortgezet onderwijs maken werk van de afspraken die zij zelf of via de CAO VO 2003-2005 met de vakcentrales hebben gemaakt. VOS/ABB heeft een handreiking beschikbaar voor de opstelling van een invoeringsplan. Lees verder

Het voortgezet onderwijs is gewend aan normfuncties met de taakkarakteristieken die in de wet zijn vastgelegd. Niet de werkzaamheden die mensen dagelijks doen maar de bevoegdheid voor een sector bepaalde tot nu toe het verschil in het functieniveau van de leraar. Sinds 1 augustus 2002 bestaan die normfuncties echter niet meer.

 De werkgever maakt nu zelf keuzes ten aanzien van de inhoud van de leraarsfunctie, binnen de kaders van de CAO VO. De functie-inhoud in een specifieke organisatiecontext bepaalt de zwaarte van de functies. FUWA VO 2002 is het meetsysteem dat voor de sector is gekozen.

Met name de heroriëntatie op de docentfunctie roept de nodige vragen op. VOS/ABB heeft de vragen die hierover veel gesteld worden voorzien van een antwoord opgenomen in de rubriek ‘veel gestelde vragen’ op deze website (in de rechterkolom hiernaast vindt u onder Artikel Info een link naar de veelgestelde vragen). Daarnaast is er een handreiking gemaakt voor de opstelling van een invoeringsplan. Deze vindt u als bijlage bij dit artikel, hiernaast in de rechterkolom onder Artikel Info.. De handreiking geeft aan welke onderdelen verder uitgewerkt moeten worden en geeft een toelichting op een aantal vraagstukken die u in het proces tegenkomt.

VOS/ABB adviseert haar leden om uitvoering te geven aan de CAO-afspraken, door ervoor te zorgen dat voor 1 augustus 2004 in ieder geval:

–         keuzes zijn gemaakt over de richting van functiedifferentiatie voor leraren (gewenste functiestructuur);

–         inzicht bestaat in de huidige personele bezetting en ontwikkeling (kwantitatief, kwalitatief, financieel);

–         inzicht bestaat in de rechtspositionele en financiële consequenties van de voorgestelde wijzigingen;

–         acties bepaald zijn ten aanzien van de invoering en het bereiken van de gewenste situatie (ontwikkelingslijn);

–         op basis van het voorgaande een invoeringsplan in overleg met de PMR is vastgesteld.

Niet elke school zit in dezelfde fase voor wat betreft de ontwikkeling van personeel en organisatie. Een kleine VMBO-school is niet hetzelfde als een categoraal gymnasium, een praktijkschool niet hetzelfde als een brede scholengemeenschap. De omvang van de school en de managementstructuur bepalen mede de differentiatie binnen de docentfuncties. Ons is inmiddels gebleken dat de bepalingen in de CAO VO over de termijn (1 augustus 2004) en de bepalingen over de volumeafspraken (12% van de LB-formatie omzetten in LC-formatie, een ongewijzigde LD-formatie) bij sommige organisaties leiden tot organisatorische en financiële problemen, die een deugdelijke invoering van FUWA VO per 1 augustus a.s. in de weg lijken te staan. Wij worden in dat geval graag zo spoedig mogelijk hiervan op de hoogte gesteld.

Wellicht is er meer tijd nodig voor de implementatie, afhankelijk van de overgangssituatie waarin een school door invoering van FUWA VO terechtkomt.

De CAO biedt de individuele werkgever de mogelijkheid om met centrales afwijkende afspraken te maken over de invoering van FUWA VO. Deze afspraken dienen dan wel bij voorkeur vóór 1 augustus 2004 te worden gemaakt.

Bijlagen