Kamerdebat over patjepeeërs, idiotie en flauwekul

De autonomie van het onderwijs schaadt de integriteit van bestuurders. Dat zegt PVV-onderwijswoordvoerder Harm Beertema, die in dit kader tijdens het Kamerdebat over de onderwijsbegroting de term ‘patjepeeërs’ in de mond nam. Lees verder

De ongenuanceerde uitspraak van Beertema laat zien dat deze man de kunst van kortzichtigheid, die zo typerend is voor de partij van Geert Wilders, goed verstaat. Het Kamerdebat stond onder andere in het teken van het vernietigende rapport over Amarantis, de onderwijsmoloch die is omgevallen door bestuurlijk en financieel wanbeheer.

Dat het bij Amarantis faliekant mis is gegaan, moge duidelijk zijn. Dit debacle rechtvaardigt echter geenszins de generalisering dat bestuurders van autonome onderwijsorganisaties niet integer en ‘patjepeeërs’ zijn. De realiteit laat het tegenovergestelde zien, zeker in het primair en voortgezet onderwijs.

Excellent onderwijs
De bijdrage van de nieuwe VVD-onderwijsspecialisten Pieter Duisenberg en Karin Straus had vooral betrekking op excellent onderwijs. Zij willen doorgaan met het beleid dat is gericht op meer onderwijskwaliteit. Onderdeel daarvan zijn prestatieafspraken, die ook steeds meer voor het funderend onderwijs moeten gaan gelden.

De SP-onderwijswoordvoerder Manja Smits en Jasper van Dijk daarentegen zien niets in prestatieafspraken en het meten van toegevoegde waarde. De SP noemt de meten-is-wetencultuur ‘idiotie’ en ‘flauwekul’. Het gaat volgens hen in het onderwijs niet in de eerste plaats om presteren, maar om de motivatie waarom leraren voor de klas staan.

In het debat ging de SP ook in op de lumpsumfinanciering, waarin volgens de socialisten een schot moet worden aangebracht tussen personeel en materieel. Verder pleitte de SP tegen schaalvergroting in het onderwijs, tegen de urennorm in het voortgezet onderwijs en tegen de voortgaande stille bezuinigingen.

Meer medezeggenschap
De PvdA-Kamerleden Tanja Jadnanansing en Mohammed Mohandis legden de nadruk op sterkere medezeggenschap voor personeel, ouders en leerlingen. Een ander PvdA-thema in het debat was demografische krimp. De sociaal-democraten willen dat de mogelijkheden worden verruimd om tot samenwerkingsscholen te komen. Op die manier kan volgens de PvdA in krimpgebieden het onderwijsaanbod op peil worden gehouden.

Michel Rog van het CDA -de vroegere voorzitter van CNV Onderwijs- brak een lans voor de maatschappelijke stages, die het geesteskind waren van zijn partijgenoot en oud-staatssecretaris en -minister van OCW Marja van Bijsterveldt. In het regeerakkoord staat deze stages worden afgeschaft. Rog vindt dat ze moeten blijven bestaan, omdat het vrijwilligerswerk door vo-leerlingen volgens hem veel toegevoegde maatschappelijke waarde heeft.

Van 1040 naar 800 uur
D66’er Paul van Meenen ging in op de urennorm in het voortgezet onderwijs. Die moet omlaag, vindt hij, om scholen meer de ruimte te geven voor maatwerk. Van Meenen stelt voor de urennorm in de onderbouw van het voortgezet onderwijs te verlagen van 1040 naar 800 uur per jaar.

GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver ging in op de Cito-toets. Hij noemde de toets een goed instrument, maar waarschuwde ervoor dat de Cito-toets niet mag worden gebruikt voor beleidsdoeleinden.

Behoud artikel 23
De ChristenUnie hield een pleidooi voor het behoud van de vrijheid van onderwijs, zoals die is geregeld in het -verouderde- artikel 23 van de Grondwet. Kamerlid Joël Voordewind zei ook dat de vergoeding voor het vervoer van leerlingen naar bijzondere scholen op afstand moet worden gehandhaafd. Er zijn plannen om die vergoeding af te schaffen, omdat het niet meer dan logisch is dat ouders die bewust voor een bijzondere school op afstand kiezen, zelf de kosten voor vervoer betalen.

Roelof Bisschop van de SGP ten slotte hekelde de economisering van het onderwijs, die volgens hem ten koste gaat van de brede vorming van leerlingen. Het punt van Bisschop lijkt vooral in het teken te staan van de bedreigde positie van de streng-christelijke scholen in Nederland.