Kamermeerderheid wil af van 1040 uur

Als het aan de Tweede Kamer ligt, gaat de 1040 urennorm in het voortgezet onderwijs op de helling. Met steun van regeringspartij PvdA voor een motie van D66-onderwijsspecialist Paul van Meenen wil een meerderheid van de omstreden urennorm af. Lees verder

Van Meenen kwam vorige week met de motie om een einde te maken aan de norm om in de onderbouw van het voortgezet onderwijs minimaal 1040 uur per jaar les te geven. Hij pleit voor meer maatwerk en ziet meer in een minimumnorm van 800 uur per jaar.

In het voortgezet onderwijs is veel verzet tegen de 1040 urennorm, die tijdens de vorige kabinetsperiode door de toenmalige gedoger PVV nadrukkelijk werd gehandhaafd en inmiddels in één adem wordt genoemd met de term ‘ophokuren’: uren die wel meetellen, maar waarin geen les wordt gegeven.

Naast de regeringspartij PvdA willen ook de SP, het CDA, de ChristenUnie, GroenLinks en 50PLUS van de norm af, samen met de indiener van de motie: D66. Daarmee is er een (ruime) Kamermeerderheid voor om niet meer uit te gaan van 1040 uur. VVD-staatssecretatris Sander Dekker van OCW wordt nu dus gedwongen de huidige minimumnorm los te laten.

PVV’er Harm Beertema reageerde hierop door te benadrukken dat maatwerk in het onderwijs volgens hem een eufemisme is voor chaos. In het regeerakkoord staat dat de urennorm moet worden ‘gemoderniseerd’, zonder dat daarbij wordt vermeld wat dit concreet betekent.