Kameroverleg over passend onderwijs

Regionale netwerken moeten worden gestimuleerd om op korte termijn veldinitiatieven en experimenten met passend onderwijs uit te voeren. Als dit onvoldoende gebeurt, is er in 2009 te weinig informatie uit het onderwijsveld om een besluit te nemen over het al of niet invoeren van passend onderwijs. Dat is een van de conclusies van overleg tussen de Tweede Kamer en staatssecretaris Sharon Dijksma van OCW. Lees verder

In de Kamer werd nogmaals benadrukt dat de budgettaire open-eindregeling niet meer bestaat. Dit betekent dat schoolbesturen creatief moeten nadenken over de financiering van passend onderwijs. Daarbij is de vraag actueel naar welke instellingen de budgetten gaan. Dat kunnen de samenwerkingsverbanden zijn of de Regionale Expertisecentra (REC’s), de schoolbesturen, regionale besturen of regioloketten. De Kamer wil aan de hand van de resultaten van experimenten bepalen wat de beste mogelijkheid is.

Leraren en ouders
Een ander punt dat in het Kameroverleg aan bod kwam, was het feit dat nog maar weinig informatie wordt gedeeld met leraren en ouders. De Tweede Kamer vindt dat dit beter moet en dat leraren en ouders meer bij de besluitvorming moeten worden betrokken. De Kamer en staatssecretaris Dijksma wezen hierbij nadrukkelijk op de commissie-Dijsselbloem, die adviseerde om voortaan belanghebbenden meer te laten meepraten over vernieuwingen in het onderwijs. Dat is volgens die commissie nodig voor voldoende draagvlak.

Regulier of speciaal
Tijdens het overleg werd ook nog eens met nadruk gesteld dat passend onderwijs niet hetzelfde is als inclusief onderwijs. De invoering van passend onderwijs betekent evenmin dat het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs zullen verdwijnen. De slogan ‘regulier waar het kan, speciaal waar het moet’ blijft van kracht!

Informatie: Anna Schipper, 0348-404807, aschipper@vosabb.nl of Sicco Baas, 0348-405231, shbaas@vosabb.nl