Keuze voor school hangt niet meer af van richting

De godsdienstige grondslag van de rooms-katholieke of protestants-christelijke scholen is allang niet meer bepalend voor de keuze van de meeste ouders. Dat bevestigt Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA in het online magazine Podium van de PO-Raad.

Rog, die tot september 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, komt aan het woord in een artikel over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Aanleiding voor Podium om hem te benaderen, is de reactie die binnenkort (eindelijk) van het kabinet wordt verwacht op het advies van de Onderwijsraad uit april 2012 om het grondwetsartikel te moderniseren.

Artikel 23 uit 1917 bepaalt de gelijke rijksbekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs. Het maakte een einde aan de zogenoemde schoolstrijd in het destijds sterk verzuilde Nederland. Wie naar de huidige onderwijspraktijk kijkt, ziet dat nog maar weinig ouders op grond van hun religieuze overtuiging bewust voor een katholieke of protestants-christelijke school kiezen. In feite gebeurt dit tegenwoordig alleen nog maar in reformatorische en andere orthodox-religieuze kringen. Andere aspecten, zoals de nabijheid van de school en de kwaliteit van het onderwijs, zijn voor ouders beslissend.

Kamerlid Rog bevestigt dit beeld in het interview in Podium. Het is volgens hem nog steeds een goede zaak ‘om ons pluriforme stelsel te verdedigen’, maar tegelijk ziet hij dat voor de huidige ouders niet meer de religieuze richting maar de kwaliteit van de school bepalend is voor de schoolkeuze. Hiermee erkent de CDA’er in feite dat de vrijheid van onderwijs zoals die in 1917 tot stand kwam, en die de belangenorganisaties voor bijzonder onderwijs per se intact willen laten, een achterhaalde constructie is.