Krimp: dorpsschool die overblijft moet openbaar zijn!

De Inspectie van het Onderwijs adviseert kleine scholen in plattelandsdorpen om de handen ineen te slaan voor betere leerresultaten. Prima, maar dan moet de overheid er wel duidelijk voor kiezen om de school die overblijft openbaar te houden of te maken. Lees verder

Uit onderzoek van de inspectie wordt duidelijk dat vooral zeer kleine plattelandsscholen met minder dan 50 leerlingen (zeer) zwak presteren. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat het met veel combinatieklassen lastig is goed onderwijs te verzorgen. Het advies van de inspectie is om in het kader van de onderwijskwaliteit de handen ineen te slaan. Als er in een dorp nog kleine scholen van verschillende denominaties zijn, zouden die moeten gaan samenwerken of fuseren om voldoende kwaliteit te (blijven) realiseren.

Dit kan een waardevol advies zijn, maar er zitten haken en ogen aan als wordt gekeken naar grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs en de algemene toegankelijkheid. In 2006 is in artikel 23 een wijziging opgenomen, dat er in elke gemeente voldoende openbaar onderwijs moet zijn, maar dat daar in specifieke gevallen van kan worden afgeweken. Het mag duidelijk zijn dat die afwijking gevaarlijk kan zijn voor de positie van het openbaar onderwijs, hoewel de wet de term algemene toegankelijkheid wel gebruikt.

Het zou veel logischer zijn om in kleine dorpen met dalende leerlingenaantallen, waar met samenwerking bestaand onderwijsaanbod gehandhaafd zou kunnen blijven, de school die daar overblijft openbaar te houden of te maken. De algemene toegankelijkheid is immers grondwettelijk in het openbaar onderwijs verankerd, wat van het bijzonder onderwijs niet kan worden gezegd. Groot voordeel hiervan zou zijn dat dan ook meteen de algemene benoembaarheid is geregeld, wat voor personeelsleden van groot belang is.

Het advies van de inspectie is een mooie gelegenheid om het bovenstaande eindelijk eens ondubbelzinnig uit te werken, zodat kinderen, ouders én leerkrachten in plattelandsdorpen niet alleen verzekerd zijn van het best mogelijke onderwijs, maar ook weten dat de school op basis van de kernwaarden van het openbaar onderwijs, waaronder wederzijds respect, toegankelijk is voor iedereen.

Want laten we niet vergeten dat het openbaar onderwijs een publieke voorziening is, die dus ook op het platteland gegarandeerd moet zijn!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB