Kwaliteit en zelfevaluatie

Elke school wil kwaliteit leveren. Dat lukt alleen als er oog is voor de sterke en zwakke punten van de school, en dat systematisch in een continu proces. Scholen kunnen gebruik maken van diverse instrumenten om een dergelijk kwaliteitssysteem op te zetten. Op deze webpagina tips en tricks voor het opzetten van zo’n kwaliteitssysteem door middel van zelfevaluatie. Lees verder

Zelfevaluatie is een belangrijk instrument om de kwaliteit van een school te meten. Hieronder meer over zelfevaluatie. Uw contactpersoon bij VOS/ABB voor dit onderwerp is Sicco Baas, shbaas@vosabb.nl.

 Zelfevaluatie, wat is dat?
 Waarom zelfevaluatie?
 Vijf kernvragen voor zelfevaluatie
 Tien suggesties voor zelfevaluatie
 Meestgestelde vragen over zelfevaluatie
 Instrument: Wie mag er naar mijn lessen kijken?
 Instrument: Evaluatie van leraren door leerlingen


Zelfevaluatie, wat is dat?

Zelfevaluatie meet kwaliteit. Wie doet aan zelfevaluatie gaat onderzoeken wat de directie, het schoolteam, de ouders en leerlingen vinden van de kwlaiteit van de school. Zelfevaluatie maakt duidelijk of en hoe de zaken geregeld zijn en waar zich nog knelpunten voordoen. Dan wordt ook duidelijk wat er er nog verbeterd moet worden. Zelfevaluatie leidt daardoor altijd tot een ontwikkeling. Want: als je er niets mee doet, waarom zou je dan je kwaliteit willen meten?

Het is verstandig voorafgaand aan het onderzoek een norm te formuleren. Wat vinden wij goed en wat niet? Gedacht kan worden aan normen als:
Kwaliteitszorg richt zich vooral op het primaire proces.
De verantwoordelijkheid ligt bij iedereen in de school.
Kwaliteitszorg begint intern en eindigt extern.
Er is systematische en cyclische aandacht voor kwaliteit.

Het zelfevaluatie-onderzoek kan zich dan richten op deze vragen en nagaan hoe deze zaken in de school geregeld zijn.


Waarom zelfevaluatie?

Zelfevaluatie doe je in eerste instantie voor je zelf en je omgeving. Elke school wil immers kwaliteit leveren. Kwaliteit wordt niet alleen bepaald door kille cijfers, cito-scores en dergelijke. Het gaat ook om de criteria die ouders en leerlingen aanleggen. Wat verwachten zij en voldoet de school aan die verwachting?

Daarnaast worden scholen de komende jaren ook verplicht om aan zelfevaluatie te gaan doen. Dat is een gevolg van de nieuwe Wet op het onderwijstoezicht (WOT). De WOT brengt met zich mee dat de inspectie proportioneel toezicht gaat houden, dus niet meer dan nodig. Een aantal zaken moet de school zelf onderzoeken om er daarna de toezichthouder over te informeren. Dit vloeit voort uit het streven naar dregulering en vergroting van de autonomie van de school.

Meer over de WOT op de website www.onderwijsinspectie.nl


Vijf kernvragen voor zelfevaluatie

Als we weten wat zelfevaluatie inhoudt en waarom we het zouden willen doen, dient de vraag zich aan: hoe pakken we het aan?
Er zijn diverse instrumenten op de markt die kwaliteit meten. Niet alle instrumenten zijn even goed en ze meten bijna allemaal iets anders. Wat gemeten wordt is vaak afgeleid van de toezichtskaders van de inspectie. Meer hierover op: Instrumenten voor kwaliteitszorg.

Een instrument is geen must. Scholen mogen ook zelf een manier bedenken waarmee ze kwaliteit meten. Veel informatie  vind je op www.kwaliteitsring.nl.

In elk geval gaat het bij zelfevaluatie steeds om vijf kernvragen:

1. Doen we de goede dingen?
2. Doen we de dingen goed?
3. Hoe weten we dat?
4. Vinden anderen dat ook?
5. Wat doen we met die wetenschap?

Dit houdt in dat de school vooraf een visie moet formuleren. Anders is niet bekend wat de goede dingen zijn. Vooraf moet de school ook weten wat ze wil. Kortom: ga planmatig te werk.


Tien sugggesties voor zelfevaluatie

1. Wat kwaliteit is, bepaalt de school zelf 
Er zijn veel gestandaardiseerde instrumenten voor zelfevaluatie, maar altijd moet je je afvragen of die de kwaliteiten meten die jij wilt weten. Een Montessorischool heeft nu eenmaal een ander profiel dan een reformatorische of een ‘zwarte’ school.

2. Eerst globaal, daarna pas de diepte in.
Bij grootschalige evaluaties wordt vanwege prioriteiten meestal aan veel uitkomsten geen gevolg gegeven. De capaciteit is nu eenmaal vaak beperkt. Een globale diagnose, gevolgd door een focus op bepaalde onderwerpen, vergroot het rendement.

3. Leerlingen, ouders en andere scholen
Waardering door klanten (ouders en vooral leerlingen) is zo’n essentieel onderdeel van kwaliteit dat deze groepen niet buiten beeld mogen blijven. Zonder hen is er sprake van navelstaarderij.

4. Verbeteringen en dialoog.
Bij evaluaties gaat het vaak primair om concrete verbeteringen. Maar ook de op gang gebrachte dialoog is belangrijk. Zo kan zelfevaluatie een cultuur bewerkstelligen waarin meten, bespreken en verbeteren vanzelfsprekend zijn.

5. Veilig klimaat.
Bij weerstanden of conflicten kunnen uitkomsten gemakkelijk leiden tot aanscherping van opvattingen. Het gelijk van de één leidt tot het ongelijk van de ander. In onveilige situaties zie je vaak weinig vruchtbare discussies.

6. Middenmanagement.
Vaak ligt het initiatief voor een zelfevaluatie bij de directie. Het middenmanagement speelt echter een cruciale rol in het betrekken van de collega’s bij de gewenste verbeteringen.

7. Successen vergroten motivatie.
Kwaliteitszorg is altijd een kwestie van lange adem. Om het enthousiasme vast te houden is het belangrijk geregeld successen te vieren. Houd hiermee alvast rekening bij het actie- of verbeterplan.

8. Cyclisch proces.
Zelfevaluatie heeft geen strak begin- en eindpunt, waarna iedereen weer overgaat tot de orde van de dag. Het is belangrijk de vinger aan de pols te houden in de vorm van een reguliere plannings- en beleidscyclus.

9. Betrokken team.
Het team moet de uiteindelijke verbeteringen doorvoeren. Daarin zit de kracht van zelfevaluatie. Mensen laten zich niet veranderen, ze kiezen daar zelf voor.

10. Rust en reflectie.
Veranderingen maken onzeker, vragen veel energie en grijpen in op routines. Onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld fusieprocessen, heeft het weinig nut om de bestaande situatie tegen het licht te houden.


Meestgestelde vragen over zelfevaluatie

Is een zelfevaluatie aan bepaalde regels gebonden?
Nee, het principe is dat je als school zelf bepaalt wat je evalueert. Het kan het totale schoolgeberuen zijn, maar ook een onderdeel, zoals bijvoorbeeld de doorgaande lijn van groep 2 naar 3 of de kwaliteit die je biedt en zelfs alleen de kwaliteit van het rekenonderwijs.

Wie moet ik bij een zelfevaluatie betrekken?
Ook hier zijn geen regels voor vastgesteld. Advies is om in ieder geval de ouders (of een groep ouders), de leerlingen en het team te bevragen. Uiteraard aaleen wanneer het relevant is.

Moet ik voor een zelfevaluatie een instrument gebruiken?
Nee, dat hoeft niet. Er zijn veel screeningsinstrumenten op de markt en zo’n instrument is wel handig (hoef je het zelf niet te bedenken). Niet alle instrumenten meten hetzelfde. Dus eerst bepalen wat je wilt weten en dan het instrument erbij zoeken. www.qprimair.nl kan hier ondersteuning in bieden. Klikken op instrumenten voor kwaliteitszorg. Q-primair heeft ook een brochure uitgegeven waarin de meeste instrumenten zijn onderzocht op: wat ze meten, hoe arbeidsintensief, prijs, validiteit e.d. (Brochure: Instrumenten de maat genomen)

Als ik een zelfevaluatie heb gedaan, ben ik dan klaar?
Nee, daarna zul je een collegiale visitatie moeten organiseren. Deze visiteaus gaan beoordelen of jouw zelfevaluatie een betrouwbaar beeld geeft. In de zelfevaluatie beschrijf je de opdracht die je aan de collegiale adviseurs geeft. Dit kan door middel van vragen.

Als collegiale visitatie heeft plaatsgevonden, ben ik dan klaar?
Nee, want in je zelfevaluatie heb je goede en minder goede zaken gesignaleerd. Dit zal de visitatiecommissie ook doen. En zoals het met signalering de bedoeling is, zal er een activiteit aan vast moeten zitten om dat onderdeel te verbeteren. Kortom, de cyclus van zelfevaluatie eindigt in een ontwikkelagenda en het daadwerkelijk verbeteren van de minder goede dingen. Dat evalueer je weer, etc. Zo kom je tot een cyclisch proces. ook schrijf je een reactie op het advies van de visitatiecommissie, dit voeg je bij de stukken die je opstuurt naar de inspectie.

Wat doet de inspectie met mijn zelfevaluatie?
De inspectie beoordeelt, in samenhang met het verslag van de collegiale visitatie en jouw reactie hierop, of jouw zelfevaluatie betrouwbaar is. Hiervoor heeft de inspectie haar eigen criteria. Wanneer je zelfevaluatie betrouwbaar is, gaat de inspectie niet meer op die onderdelen naar jouw school kijken. Uiteraard wel naar andere zaken, dat is ook hun verantwoordelijkheid.

Bijlagen

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn