‘Kwaliteit onderwijsassistenten zaak van schoolbesturen’

Het is de taak van de schoolbesturen, en niet die van de Inspectie van het Onderwijs, om de kwaliteit van hun onderwijsassistenten in de gaten te houden. Dat blijkt uit antwoorden van minister Marja van Bijsterveldt van OCW op Kamervragen van D66 en het CDA. Lees verder

Directe aanleiding voor de vragen van de Kamerleden Boris van der Ham van D66 en Jack Biskop van het CDA was het onderzoek naar de taalvaardigheid van onderwijsassistenten in Amsterdam. Daaruit bleek dat een aanmerkelijk deel van de assistenten het Nederlands onvoldoende beheerst.

De minister vindt het een goede zaak dat de gemeente Amsterdam en de schoolbesturen in die stad met elkaar taalnormen hebben vastgesteld waar onderwijsassistenten aan moeten voldoen. Ze benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen is, en niet die van de Inspectie van het Onderwijs, om toe te zien op de kwaliteit van individuele personeelsleden.

Van Bijsterveldt geeft in haar antwoorden ook een toelichting op het onderwijs aan toekomstige onderwijsassistenten: ‘Alle mbo-studenten die in 2010-2011 met een opleiding zijn begonnen, krijgen voortaan taal- en rekenonderwijs dat afgestemd is op de nieuwe referentieniveaus. Vanaf 2013-2014 zullen deze referentieniveaus centraal worden geëxamineerd. Dit geldt ook voor de opleidingen Onderwijsassistent.’

Zij spreekt de suggestie tegen als zouden de bezuinigingen van het kabinet de kwaliteit van de opleidingen onder de druk zetten. ‘De ombuigingen die in het onderwijs plaatsvinden worden gericht geherinvesteerd om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen’, aldus de minister.

Klik hier voor de antwoorden van minister Van Bijsterveldt.