Landelijk Beleidskader 2002-2006

Op 9 oktober 2001 is het nieuwe Landelijk Beleidskader gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2002-2006 gepubliceerd in het Staatsblad (2001, 445). Hieronder een korte toelichting. Lees verder

Aanscherping
Met dit nieuwe LBK gaat het

onderwijsachterstandenbeleid zijn tweede periode in. De ervaringen uit

de vorige periode zijn gebruikt om het LBK 2002-2006 aan te scherpen.

Het GOA-beleid is erop gericht dat er uiteindelijk geen onderscheid

bestaat tussen de schoolloopbanen en leerprestaties van leerlingen met

onderwijsachterstanden en het landelijke gemiddelde van de overige

schoolpopulatie. In het vorige LBK waren hiervoor heel veel doelen

geformuleerd. Nu zijn er drie kwalificatiedoelen en één inhoudelijk

doel geformuleerd.

De drie kwalificatiedoelen refereren direct aan die

schakelmomenten in de onderwijsloopbaan die voor de toerusting van

leerlingen voor maatschappelijke participatie cruciaal zijn.

  • Bij de aanvang van het leesonderwijs in de basisschool (metingen groep 2 en groep 4) zijn leerlingen uit de doelgroepen voldoende toegerust om het verdere basisonderwijs met succes te kunnen vervolgen;
  • Vanaf het bereiken van het voortgezet onderwijs onderscheiden doelgroepleerlingen zich niet van de overige leerlingpopulatie naar relatieve deelname aan de schoolsoorten;
  • De doelgroepleerlingen halen ten minste een startkwalificatie, waardoor zij kunnen functioneren op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar en zijn toegerust om sociaal en economisch in de samenleving te functioneren.

Het inhoudelijke doel is het leren beheersen van de Nederlandse

taal. Voor het bereiken van de uiteindelijke ambitie is dit een

belangrijk doel. De aandacht voor de beheersing van de Nederlandse taal

loopt als rode draad door de hele jeugdperiode, en staat daarmee ook

voor de samenhang in het onderwijsachterstandenbeleid.

Extra aandacht voor- en vroegschoolse educatie
Veel

allochtone kinderen hebben een forse taalachterstand van gemiddeld twee

jaar op het moment dat zij de basisschool binnenkomen. Doel van het

goa-beleid is deze achterstand in de komende vier jaar met een kwart te

verkleinen. Om dit te bereiken zullen kinderen van twee tot en met vijf

jaar meedoen aan gestructureerde programma’s voor voor- en

vroegschoolse educatie (vve). Als succesindicator geldt een deelname

van ruim 50 procent. Om dat te bereiken zijn op plaatselijk niveau de

volgende maatregelen nodig: een aanbod van gestructureerde

vve-programma’s bij voorschoolse opvangvoorzieningen (met name de

peuterspeelzalen) en de onderbouw van het basisonderwijs;

samenwerkingsrelaties tussen scholen voor basisonderwijs,

peuterspeelzalen, kinderopvangvoorzieningen en consultatiebureaus, met

het oog op het tijdig signaleren en voorkomen van achterstand in de

ontwikkeling van kinderen; deskundigheidsbevordering van medewerkers

van kinderopvangvoorzieningen, peuterspeelzalen en de onderbouw van het

basisonderwijs gericht op het uitvoeren van goede vve-programma’s;

deelname van ouders aan vve-programma’s. Hierbij krijgen

consultatiebureaus een rol. Er zal ook een speciale campagne voor

ouders worden opgezet.
Voor het vve-beleid was in 2001

oorspronkelijk € 64 miljoen en in 2002 en verdere jaren € 79 miljoen

uitgetrokken. Besloten is het budget voor de vve te verruimen met € 9

miljoen in 2001 en met ingang van 2002 met € 16 miljoen. Het extra geld

wordt met ingang van 1 augustus 2002 opgenomen in de nieuwe

goa-regeling. Zonder aanvullende middelen zouden veel gemeenten pas met

de voorbereidingen van de voor- en vroegschoolse educatie kunnen

beginnen in het schooljaar 2002-’03. Voor deze steden kan de zaak nu

worden versneld.

Eén pot met geld
Alle geld voor het bestrijden van

onderwijsachterstanden bij kinderen gaat in één grote pot. De middelen

voor het gemeentelijk beleid (goa), de voor- en vroegschoolse educatie

en de onderwijskansenscholen worden vanaf 1 augustus 2002 jaarlijks in

één specifieke uitkering aan de gemeenten verstrekt.
De gemeenten

krijgen tot 1 augustus 2002 de budgetten voor het goa-beleid, de voor-

en vroegschoolse educatie en het onderwijskansenbeleid nog via drie

specifieke uitkeringen. Tot dan zijn de gemeenten ook verplicht deze

afzonderlijke uitkeringen te besteden aan het doel waarvoor ze worden

verstrekt. Op 1 augustus 2002 worden de budgetten samengevoegd tot één

brede specifieke uitkering aan de gemeenten. Daarnaast wordt € 9

miljoen specifiek voor onderwijskansen aan kleinere gemeenten

toegekend. Deze gemeenten krijgen hiermee de ruimte om plaatselijk

accenten te leggen binnen het achterstandenbeleid.

Hier kunt u het Landelijk Beleidskader 2002-2006 downloaden (PDF-bestand, 52 Kb).

Interessante websites:

 

Voor- en vroegschoolse educatie

www.vveducatie.nl

 

 

Onderwijskansenscholen

www.onderwijskansen.nl

Dossier onderwijsachterstanden

www.minocw.nl

 

 

Bijlagen