Landelijke Jeugdmonitor zoomt in op onderwijs

De Landelijke Jeugdmonitor 2011 gaat onder meer in op het aantal achterstandsleerlingen in het basisonderwijs, het aandeel vmbo’ers ten opzichte van havo- en vwo-leerlingen en het aantal voortijdig schoolverlaters. De Landelijke Jeugdmonitor is een uitgave van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Lees verder

In het schooljaar 2010/11 gingen ruim 1,5 miljoen kinderen naar het reguliere basisonderwijs. Van deze basisschoolleerlingen behoorden er ruim 196.000 volgens het ministerie van OCW tot een achterstandscategorie, wat neerkomt op 13 procent.

Het aandeel achterstandsleerlingen in de grote steden beduidend hoger dan gemiddeld in Nederland. Van bijvoorbeeld de Rotterdamse basisschoolleerlingen behoorde 31 procent tot een achterstandscategorie en in Utrecht was dit aandeel 28 procent.

Vmbo, havo, vwo
Van alle 15-jarigen volgden er in het schooljaar 2010/11 bijna 170.000 een vmbo-, havo- of vwo-opleiding. Voor de totale groep onderwijsvolgende 15-jarigen is de verhouding vmbo versus havo/vwo 1,15, wat wil zeggen dat net iets meer dan de helft van de jongeren een vmbo-opleiding volgde. In de afgelopen jaren is deze verhouding licht veranderd in het voordeel van de havo- en vwo-opleidingen.

Voor de meisjes is de verhouding tussen beide onderwijssoorten met een cijfer van 1,05 ongeveer gelijk. Voor de 15-jarige jongens daarentegen is die waarde 1,27. Jongens gaan dus vaker dan meisjes naar het vmbo in plaats van naar havo of vwo. Dit geldt ook voor de niet-westers allochtone 15-jarigen in vergelijking met hun autochtone leeftijdsgenoten. Zo volgden in het schooljaar 2010/11 twee keer zo veel niet-westers allochtone jongeren een vmbo-opleiding als een havo- of vwo-opleiding. Dit komt vooral door de jongens.

Voortijdig schoolverlaters
In het schooljaar 2009/10 verliet 3,3 procent van de 12- tot 23-jarige leerlingen voortijdig het onderwijs. Ten opzichte van vijf jaar daarvoor is dit aandeel voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) gedaald. Zo was in 2004/05 nog 4,5 procent van de leerlingen vsv’er.

Vooral onder mbo-leerlingen is het aandeel vsv’ers hoog: in 2009/10 verliet 7,5 procent voortijdig het onderwijs. Vanuit het voortgezet onderwijs is de voortijdige schooluitval met 1,2 procent beduidend lager. De voortijdige schooluitval is onder jongens hoger dan onder meisjes, respectievelijk 3,8 en 2,2 procent. Wel is de daling sinds 2004/’05 van het aandeel vsv’ers bij jongens groter dan bij meisjes.

Het aandeel vsv’ers is met 5,5 procent onder niet-westers allochtone leerlingen twee keer zo hoog als onder autochtone leerlingen.

Klik hier voor de Landelijke Jeugdmonitor 2011.