Leraren weigeren botst met mensenrechten

De mogelijkheid in het bijzonder onderwijs om bepaalde leraren te weigeren, botst met de mensenrechten. Dat concludeert Niels Rijke van de Universiteit Utrecht. Hij promoveert op een onderzoek naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid.

Onder andere christelijke scholen hebben wettelijk de mogelijkheid leraren buiten de deur te houden of te ontslaan als blijkt dat hun levenswijze niet bij bepaalde godsdienstige uitgangspunten zou passen. Hierbij kan worden gedacht aan het hebben van een homoseksuele relatie, ongehuwd samenwonen, gescheiden zijn of geloofsopvattingen hebben die afwijken van de grondslag van de school.

Rijke concludeert dat deze wettelijke mogelijkheid botst met de mensenrechten. Daarbij komen ook conflicten in sociale, religieuze en culturele normen naar voren.

Aangezien er geen hiërarchie is tussen de botsende rechten, wordt er altijd een balans gezocht. Dat gaat volgens Rijke gepaard met maatschappelijke en politieke strijd over de wetgeving en de interpretatie daarvan.

Algemene benoembaarheid

Het openbaar onderwijs kent in tegenstelling tot het bijzonder onderwijs algemene benoembaarheid. Dit betekent dat leraren altijd welkom zijn in de openbare school. Het maakt daarbij niet uit welke geloofsovertuiging of levenswijze zij hebben.