Meer acceptatie van homo’s door vmbo’ers

Onder leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs is de acceptatie van homoseksualiteit de afgelopen twee jaar enigszins gegroeid. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Acceptatie van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders in Nederland 2013 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Vooral in het basisonderwijs en het vmbo is de graad van acceptatie toegenomen. Was in 2010 61 procent van de leerlingen positief over homoseksualiteit, in 2012 is dat toegenomen tot 74 procent. In havo, vwo en mbo bleef dit percentage gelijk: 75 procent.

Kerkelijkheid blijkt een negatieve invloed te hebben op de acceptatie van homoseksualiteit. Van leerlingen die per week vaker dan één keer naar de kerk gaan (in de praktijk zijn dit vooral reformatorische kinderen/jongeren) staat 26 procent negatief tegenover homoseksualiteit. Van kinderen/jongeren die nooit naar de kerk gaan, is dat slechts 2 procent.

Het SCP signaleert ook etnische verschillen in de acceptatie van homoseksualiteit. Vooral mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond oordelen negatief. Nederlanders met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond zijn minder negatief. Autochtone Nederlanders zijn het meest positief over homoseksualiteit.

Politieke voorkeur blijkt ook verband te houden met de mate van acceptatie van homoseksualiteit. Opmerkelijk is dat van de mensen die op de Partij voor de Vrijheid (PVV) stemmen 10 procent ronduit negatief is over homo’s, terwijl PVV-leider Geert Wilders zijn pleidooien voor de acceptatie van homoseksualiteit politiek inzet om zich af te zetten tegen moslims die hierover een negatief beeld hebben.

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn