Meningen verdeeld over doordecentralisatie

De PO-Raad en VO-raad dringen in een brief aan de Tweede Kamer aan op volledige doordecentralisatie van het buitenonderhoud van schoolgebouwen. VOS/ABB’s huisvestingspartner Hevo waarschuwt voor de risico’s die hieraan verbonden zijn. In het onderwijsveld zijn de meningen verdeeld. Lees verder

Senior adviseur Hans Heijltjes van Hevo wees in maart in een bericht op deze website op de risico’s die aan doordecentralisatie zijn verbonden. Inmiddels zijn die risico’s met de betrokkenen besproken en overlegt de Tweede Kamer over het onderwerp.

De waarschuwende woorden van Heijltjes waren voor bestuursmanager Jan Blasweiler van de bij VOS/ABB aangesloten Stichting Proles in Duiven en omgeving reden om te reageren. Hij ziet uit naar het moment van volledige doordecentralisatie.

‘Onze scholen bevinden zich in vier gemeenten. Dit betekent vier beleidsambtenaren en vier verschillende overlegplatforms en regelingen. De bureaucratie die hiermee gepaard gaat, moet wat mij betreft snel worden beëindigd. In de praktijk blijkt dat wij het onderhoud efficiënt kunnen regelen. Ik durf te stellen dat dit ook geldt voor het buitenonderhoud.’

Blasweiler licht het bovenstaande toe aan de hand van de overdracht van een schoolplein. ‘We zijn daarover al vijf jaar in overleg met een van onze gemeenten, laat staan dat de verplichte gebouwoverdracht is geregeld. Natuurlijk moet er eerst helderheid ontstaan over de overdracht van de opgebouwde onderhoudsgelden bij de gemeenten en over de uit te voeren nulmeting.’

De beste werkwijze is volgens Blasweiler dat het schoolbestuur het recht krijgt op doordecentralisatie onder leiding van een soort vliegende brigade die namens alle betrokkenen de zaak inhoudelijk regelt.

Drikus de Snoo van Groenendijk Onderwijs Administratie in Sliedrecht staat er kritischer in. Hij laat aan VOS/ABB weten dat er besturen zullen zijn die voordeel hebben van doordecentralisatie, bijvoorbeeld na recente nieuwbouw met onderhoudsarme materialen, maar alles staat of valt met de bedragen die worden vastgesteld.

‘Er zijn publicaties geweest’, aldus De Snoo, ‘waarin ten minste in twijfel werd getrokken of de gemeenten de beschikbare gelden voor huisvesting ook daadwerkelijk daarvoor inzetten. Als dat zo is, dan zouden er reserves moeten zijn opgebouwd. Moeten die dan worden doorbetaald? Zo ja, is dan duidelijk welk deel voor welk bestuur bestemd is/was?’ 

‘Met name de besturen met oude gebouwen hebben het nu al dikwijls moeilijk om de exploitatie rond te krijgen en het gebouw in redelijke staat te houden. Nu al zijn er weinig tot geen gemeenten die geld beschikbaar stellen voor renovatie als een schoolgebouw 40 tot 60 jaar oud is. Vervanging van sanitair, plafonds, CV-leidingen en radiatoren komen dikwijls niet meer voor vergoeding in aanmerking. De gemeente zegt dan dat dit onder het binnenonderhoud valt en dus voor rekening van het schoolbestuur komt. Veel gemeenten voeren ook aan dat de hoge percentages van noodzakelijke vervanging niet worden gehaald.’

‘Daar waar ik betrokken ben geweest bij overleg met gemeenten over doorcentralisatie, hoefde je geen rekenmeester te zijn om vast te stellen dat de financiën ontoereikend zouden zijn’, aldus De Snoo.

Klik hier voor een bericht op de website van de PO-Raad over de brief die mede namens de VO-raad aan de Tweede Kamer is gestuurd en waarin de sectororganisaties aandringen op volledige doordecentralisatie.

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.