Minister blijft tegen verplichte homovoorlichting

Minister Marja van Bijsterveldt van OCW blijft bij haar besluit dat voorlichting over homoseksualiteit in het primair en voortgezet onderwijs niet verplicht mag worden gesteld. Dat zei ze donderdagavond in de Tweede Kamer. Lees verder

VanBijsterveldt, die als OCW-minister de portefeuille over homobeleid beheert, zei dat er wel voorlichtingsmateriaal voor lerarenopleidingen beschikbaar komt, om leraren te laten zien hoe zij het onderwerp in de klas bespreekbaar kunnen maken, maar dat een verplichte voorlichting over homoseksualiteit wat haar betreft ongewenst is. 

De christendemocrate verdedigde dit door te stellen dat verplichte voorlichting over homoseksualiteit een vervelend precedent zou kunnen scheppen. Zij is bang dat er vervolgens ook verplichte voorlichting moet komen over bijvoorbeeld obesitas en het goed omgaan met geld.

VOS/ABB vindt het bevreemdend dat Van Bijsterveldt dit argument gebruikt. De weigering van de minister om voorlichting over homoseksualiteit verplicht te stellen, lijkt eerder samen te hangen met haar christendemocratische signatuur.

Het probleem van homoacceptatie speelt namelijk vooral op orthodox-christelijke en ook op islamitische scholen. Hoewel er voor orthodoxe scholen voorlichtingsmateriaal beschikbaar is, wordt homoseksualiteit van leerlingen en personeelsleden daar lang niet altijd geaccepteerd.

Het bijzonder onderwijs mag van de wet op grond van levensbeschouwelijke uitgangspunten homosekuele docenten zelfs weigeren.

VOS/ABB benadrukt dat homoacceptatie onderdeel is van de kernwaarden van het openbaar onderwijs, waarin algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid zijn vastgelegd.