Nederland mag onderwijs niet aan België overlaten

Het onderwijs in grensdorpen in Zeeuws-Vlaanderen komt steeds meer onder druk te staan. In een advies, dat in opdracht van de Zeeuws-Vlaamse gemeenten en de provincie Zeeland opgesteld, wordt de voorkeur uitgesproken om kinderen uit Nederlandse grensdorpen naar scholen in België te sturen. Twee stichtingen voor primair onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen en VOS/ABB benadrukken dat dit scenario van tafel moet. Lees verder

In het masterplan ‘Nu 2021’ over de toekomstige voorzieningen in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen staan onder meer vier mogelijke scenario’s voor het primair en voortgezet onderwijs. Deze lopen van 1 tot en met 4 op wat betreft de samenwerking met België. In het plan staat dat scenario 3 de voorkeur heeft. Dit zou onder meer betekenen dat ouders van kinderen in de basisschoolleeftijd uit Zeeuws-Vlaamse grensdorpen gebruik moeten maken van kindvoorzieningen in de Belgische grensstreek.

Het bij VOS/ABB aangesloten samenwerkingsbestuur LeerTij voor openbaar en confessioneel primair onderwijs in de gemeenten Terneuzen en Hulst en de stichting Escaldascholen voor openbaar primair onderwijs in de gemeente Sluis vrezen dat met dit scenario het Nederlandse onderwijsaanbod ernstig wordt aangetast.

Andere opvattingen
Bestuursvoorzitter Gerard Langeraert van LeerTij en zijn collega Raymond de Jong van Escaldascholen benadrukken dat de Nederlandse overheid financieel verantwoordelijk is en blijft voor goede onderwijsvoorzieningen.

Zonder dat zij het Vlaamse onderwijs in diskrediet willen brengen, wijzen zij erop dat scholen in België andere opvattingen hebben over kwaliteit van het onderwijs. Dit betreft met name de wijze waarop er wordt omgegaan met leerlingen die specifieke ondersteuning nodig hebben, maar ook op het gebied van hoogbegaafdheid en verschillende didactische werkvormen functioneert het Vlaamse onderwijs anders dan het Nederlandse.

Verplicht naar Vlaanderen?
Langeraert en De Jong signaleren dat een deel van de ouders ervan uitgaat dat het onderwijs in België beter is, terwijl OESO-rapporten aangeven dat dit, in het algemeen, niet het geval is. Zij vrezen dat als voor scenario 3 wordt gekozen, ouders die Vlaams onderwijs voor hun kinderen niet wenselijk vinden, hier noodgedwongen voor zullen moeten kiezen.

Ook benadrukken zij dat met het voorkeursscenario uit het masterplan de wettelijke verantwoordelijkheden van hun organisaties als goed werkgever in gevaar brengt. Het betreft hier vooral de werkgelegenheid in het Zeeuws-Vlaamse primair onderwijs. Het mag volgens hen ook op dit vlak niet zo zijn dat gemeenten hun verantwoordelijkheid voor goede onderwijsorganisaties aan buurland België overlaten.

Algemene toegankelijkheid
VOS/ABB is het met LeerTij en Escaldascholen eens. Het voorkeursscenario uit het masterplan is niet alleen een potentiële aantasting van de onderwijskwaliteit en werkgelegenheid, maar ook een gevaar voor de algemene toegankelijkheid van het onderwijs in deze krimpregio. Het is bovendien zuur dat ouders die in Nederland wonen, en belasting betalen aan de Nederlandse overheid, worden geconfronteerd met een verschraling van het voorzieningenniveau in hun eigen land.

Het masterplan ‘Nu 2021′ kunt u downloaden uit de rechterkolom van dit bericht. De scenario’s voor het onderwijs staan op pagina 74.

Bijlagen