Ondersteuners voelen zich ondergewaardeerd

Onderwijsondersteuners in het voortgezet onderwijs zijn over het algemeen positief over hun werk, maar vinden ook dat ze onvoldoende gewaardeerd en betaald worden. Dat blijkt uit onderzoek van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO). Lees verder

Het SBO meldt dat eenvijfde van het personeel in het voortgezet onderwijs uit ondersteuners bestaat -van conciërges tot technisch onderwijsassistenten- maar dat in het personeelsbeleid de focus vooral op leraren ligt.

Het blijkt dat niet alle ondersteuners functioneringsgesprekken krijgen. Ook wordt er onvoldoende gepeild of ze loopbaanwensen hebben. Slechts een beperkt deel heeft een persoonlijk ontwikkelingsplan. Opmerkelijk is dat kleine scholen over het algemeen meer aandacht aan ondersteunend personeel geven dan grote(re) scholen.

Waarschijnlijk zijn de beperkte doorgroeimogelijkheden de reden dat het personeelsbeleid minder gericht is op ondersteunend personeel. Organisatie- en beheerspersoneel kan alleen doorgroeien door leiding te gaan geven. Voor (technische) onderwijsassistenten is leraar worden de meest logische carrièrestap. Eén op de drie wil dat.

Voor het onderzoek van het SBO is schoolleiders gevraagd wat oplossingen voor het tekort aan aandacht voor ondersteuners kunnen zijn. Zij zeggen dat de wensen van ondersteuners duidelijker moeten worden geïnventariseerd, dat er meer variëteit in functies moet komen en dat er meer aandacht moet zijn voor opleidingsmogelijkheden. Ook denken schoolleiders dat de situatie kan verbeteren als scholen meer met elkaar gaan samenwerken.

Klik hier voor het onderzoeksrapport ‘Loopbaanwensen en loopbaanmogelijkheden voor ondersteunend personeel in het vo’.

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn