Onderwijs dient reisbranche?

Flexibele vakanties, die beter aansluiten bij de behoeften van moderne gezinnen. Dat is een van de redenen waarom VOS/ABB zich met partnerorganisaties inzet voor andere schooltijden. Maar dat moeten we niet doen omdat de reisbranche het zo graag wil. Lees verder

In het Algemeen Dagblad pleit topman Steven van Nieuwenhuijzen van D-reizen voor een meer flexibele spreiding van de zomervakanties. Hij zegt met de reisbranche daarvoor te lobbyen bij het ministerie van Onderwijs.

Van Nieuwenhuijzen vindt dat ouders meer inspraak moeten krijgen bij het plannen van hun zomervakantie. ‘Nu krijgen mensen een tik op de vingers en een boete als ze hun kinderen een of twee dagen eerder van school halen’, aldus de reisbaas. ‘Als niet iedereen tegelijk gaat’, vervolgt hij, ‘wordt de drukte beter gespreid en het maakt de prijzen voor de vakantie ook lager.’

Wat hij lijkt de vergeten, is dat de schoolvakanties al zijn gespreid, in drie regio’s. Verder kunnen scholen al onder bepaalde voorwaarden flexibel met vakanties omgaan. Wat mij stoort in de discussie die Van Nieuwenhuijzen wil losmaken, is dat scholen zich kennelijk moeten aanpassen om het de reisbranche naar de zin te maken.

Laten we alsjeblieft oppassen dat we het onderwijs niet ondergeschikt maken aan zaken als vakantiereizen, die al of niet in het hoogseizoen moeten worden ondernomen. Onderwijs als recht voor kinderen om zich te ontwikkelen, is daar veel te belangrijk voor. Flexibele tijden prima, maar niet in dienst van de commercie.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB