Onderwijs moet meer aansluiten bij jonge docenten

Het moet voor de jongere generatie weer aantrekkelijk worden om in het onderwijs te gaan werken. Daarom moeten scholen hun best doen om meer aan te sluiten bij de drijfveren van nieuwe generaties docenten. Dat stelt research director Martijn Lampert van bureau Motivaction. Lees verder

In het Fact Report Arbeidsmarkt van The Fact Club, een nieuw initiatief dat het publieke debat wil voeden, staat een interview met Lampert. Hij constateert op basis van het rapport dat de uitstroom van werknemers onder invloed van de vergrijzing in de onderwijssector hoog is in vergelijking met andere sectoren. 'De pensionering van veel babyboomdocenten vraagt om een adequaat antwoord. Er is sprake van een toenemende vervangingsvraag, die kwalitatief hoogwaardig moet worden ingevuld door de jongere generaties docenten en door middel van nieuwe instroom', aldus Lampert. 

Het onderwijs is volgens hem bepalend voor de toekomst van de samenleving en de concurrentiekracht van de Nederlandse economie, maar tegelijkertijd ziet hij dat het onderwijs op de arbeidsmarkt een imagoprobleem heeft. 'Het beroep van docent blijkt slechts matig aan te sluiten bij de arbeidsoriëntaties en drijfveren van jongeren.' Lampert stelt dat veel jongeren niet willen werken in het onderwijs, omdat zij denken geen goede leerkrachten te zullen zijn en het hun ook niet leuk lijkt om docent te zijn. De relatief lage salarissen spelen ook een negatieve rol.

De vergrijzing in de sector speelt het imago van het onderwijs als werkgever ook parten. 'Er zijn voor leerlingen bovengemiddeld veel voorbeelden van babyboomdocenten die met pensioen gaan en niet alleen wat betreft levensfase maar ook qua belevingswereld en motivaties ver afstaan van jongeren die nu voor een beroepskeuze staan.' Er is volgens hem ook sprake van een verschil tussen idealistische docenten uit de protestgeneratie en de vaak meer nuchtere, zakelijke en pragmatische instelling van jongeren.

'Ook het last-in-first-outprincipe in de sector draagt eraan bij dat de oudere docenten meer bepalend zijn voor de cultuur dan jongere docenten, die sneller komen en gaan. Tegelijkertijd kan de conjunctuur zorgen voor een mogelijke tegenbeweging. In tijden van laagconjunctuur is het beroep van leraar vaak populairder dan in tijden van hoogconjunctuur. Als de laagconjunctuur nog een tijdje aanhoudt, zal dit naar verwachting dempend kunnen gaan werken op het lerarentekort en bijdragen aan extra jonge instroom in het vak', aldus Lampert.

Wat het toekomstscenario ook zal zijn, het aantrekken van kwalitatief hoogwaardige jonge leraren is volgens hem topprioriteit, gezien de demografische transitie waarin de sector verkeert. In de eerste plaats is daar volgens Lampert slagvaardig en kwalitatief hoogwaardig HR- en beloningsbeleid voor nodig. 'Daarnaast is generatiemanagement van belang: stel als schoolleiding de diverse generaties in de organisatie in staat om duurzaam en optimaal inzetbaar te zijn. Daarvoor is kennis van de motivaties van verschillende generaties en de achtergronden van leerkrachten van belang, naast de kunst om op basis van deze kennis effectief te handelen in het dagelijkse contact met en de begeleiding van leraren.'