Onderwijsakkoord over moreel kompas bestuurders

Schoolbestuurders moeten altijd voor ogen houden dat hun werk gericht is op zo goed mogelijk onderwijs. Daarvoor is het nodig dat er voldoende tegenspraak is, onder anderen van leraren. Dit en andere zaken staan in het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA), dat donderdagochtend in het openbare Lyceum Ypenburg in Den Haag is gepresenteerd.

In het NOA staat dat iedereen die in het onderwijs werkt ‘zich bewust is van de grote maatschappelijke betekenis die het onderwijs heeft’. Dit vergt volgens de opstellers van het akkoord een ‘moreel kompas’, dat altijd moet zijn gericht op het realiseren van zo goed mogelijk onderwijs.

Tegenspraak
Vooral bestuurders moeten hier hun verantwoordelijkheid nemen, zo staat in het NOA, ‘door te zorgen voor een stevige participatie van de onderwijsgevenden zelf en door te zorgen voor het organiseren van voldoende tegenspraak’. Dat is nodig ‘om de kwaliteit van beleid, besluiten en beslissingen te vergroten’. Niet alleen leraren, ook ouders, leerlingen en andere stakeholders moeten hierbij worden betrokken. Daartoe moeten de medezeggenschapsorganen beter in positie worden gebracht.

Zonder dat dit expliciet in het NOA wordt vermeld, hebben bovenstaande doelstellingen natuurlijk te maken met de affaire rond het falende bestuur van de gevallen onderwijskolos Amarantis en de chaos bij het openbaar onderwijs in Rotterdam. Het schortte in beide gevallen ernstig aan medezeggenschap. De bestuurders regeerden in feite alleen, zonder dat zij zich iets aantrokken van wat er in de organisatie leefde.

Governance en toezicht
Het is volgens de opstellers van het akkoord nodig om de governancecodes in de onderwijssectoren goed tegen het licht te houden. Het zwaartepunt van het toezicht dient te liggen bij betere checks and balances. Bij de versterking van de bestuurskracht wordt uitgegaan van de brief hierover die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in april naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Andere belangrijke punten uit het NOA:

  • Bij goed onderwijs gaat het niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om culturele ontplooiing, diversiteit, verdraagzaamheid, morele volwassenwording, zingeving en identiteitsvorming. Om dit waar te maken, zijn verbinding en samenwerking cruciaal.
  • Het primair en voortgezet onderwijs krijgen elk een professioneel statuut, waarmee zeggenschap van teams wettelijk wordt verankerd. Als voorbeeld hiervoor kan het al bestaande professioneel statuut van het middelbaar beroepsonderwijs dienen.
  • De werkdruk die door veel leraren wordt ervaren, moet omlaag. Een van de maatregelen is dat de minimale onderwijstijd in het voortgezet onderwijs eenduidig op 1000 uur komt te liggen, met uitzondering van het examenjaar. De schotten tussen de leerjaren verdwijnen, zodat vo-scholen flexibel met de urennorm kunnen omgaan.
  • De kwaliteit van de leraren moet omhoog. Er komt geld om leraren continu te laten werken aan hun verdere professionalisering. In 2017 moeten in het voortgezet onderwijs alle leraren bevoegd zijn voor het vak dat zij geven. Alleen als het niet anders kan, bijvoorbeeld bij lesuitval, kunnen scholen on- of onderbevoegde leraren voor de klas zetten.
  • De nullijn verdwijnt mogelijk al in 2014. Daar komt 34 miljoen euro voor beschikbaar, mits de afspraken van het NOA voor 1 juni 2014 zijn opgenomen in de respectievelijke cao’s. In 2015 zal het kabinet de loonbijstelling voor het onderwijs weer conform het referentiemodel volledig uitkeren. Dan wordt de nullijn dus in elk geval beëindigd.
  • Er komt geld beschikbaar om vooral jonge leraren aan het werk te houden. In 2014 kan daar 150 miljoen euro aan worden besteed.
  • De regeldruk in het onderwijs moet omlaag. Het gaat hier administratieve lasten die voortkomen uit onder andere wet- en regelgeving, cao’s en het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl