Waaraan mogen de duurzame inzetbaarheidsuren worden besteed?

Iedere werknemer heeft recht op basisbudget duurzame inzetbaarheidsuren van 40 uur per schooljaar (op basis van een normbetrekking). De uren voor duurzame inzetbaarheid zijn bedoeld voor doelen als peerreview, studieverlof, coaching, oriëntatie op mobiliteit of niet plaats en/of tijdgebonden werkzaamheden. Werkgever en werknemer voeren voorafgaand aan het schooljaar overleg over de besteding van de uren duurzame inzetbaarheid en maken hier samen afspraken over. De werkgever bepaalt dus niet voor de werknemer waar deze uren aan besteed worden, de werknemer legt achteraf verantwoording af over de besteding van deze uren. De uren voor duurzame inzetbaarheid zijn onderdeel van de normjaartaak van 1659 uur en zijn uitdrukkelijk niet bedoeld als extra vakantie-uren.

Startende leraar
De startende leraar krijgt een extra bijzonder duurzaamheidsbudget van 40 uur per jaar toegekend ten behoeve van het verlichten van de werkdruk van deze werknemer. De cao schrijft niet voor hoe deze uren besteed moeten worden. Deze uren zijn ook onderdeel van de jaartaak van de werknemer en kunnen bijvoorbeeld van de lessentaak van de werknemer afgetrokken worden ten gunste van extra tijd voor voor-  en nawerk om de werkdruk van de startende leraar te verlichten.

Werknemer van 57-jaar of ouder
Vanaf het moment dat een werknemer de leeftijd van 57 jaar of ouder heeft bereikt heeft de werknemer recht op een aanvullend budget uren voor duurzame inzetbaarheid van 130 uur per jaar. De doelen waaraan deze uren besteed mogen worden zijn hetzelfde als voor de basisuren. De werknemer heeft echter ook de keuze om deze 130 uur in te zetten als verlofuren en leiden dus wel tot extra vrije tijd, voorwaarde hiervoor is wel dat de werknemer de 40 uren basisbudget ook inzet als verlof. Indien de werknemer de extra uren op basis van leeftijd inzet voor verlof moet een eigen bijdrage worden betaald.

Delen
Stel uw vraag

Meer veelgestelde vragen over Duurzame inzetbaarheid en BAPO