Onderwijsnummer géén opsporingsinstrument

VOS/ABB is zeer onaangenaam verrast door het voorstel van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ) om het onderwijsnummer te gebruiken voor een onderzoek naar illegalen. De ACVZ probeert zo zelf de wet te overtreden. Daarin is namelijk vastgelegd dat het onderwijsnummer losstaat van de Vreemdelingenwet. Lees verder

Het voorstel doet de ACVZ in het recent gepubliceerde rapport

‘Terugkeer, de nationale aspecten: beleid, uitvoering en draagvlak.’ In

dit rapport bepleit de commissie een diepgaand onderzoek naar het

functioneren van illegalen in de samenleving. ‘Naar de mening van de

ACVZ valt onderzoek naar en over de zogeheten onderwijsnummers

daaronder.’

Laat er geen misverstand over bestaan. De ACVZ is

een bij de Vreemdelingenwet ingesteld onafhankelijk adviesorgaan. Het

rapport en het voorgestelde onderzoek staan in het kader van het

uitzettingsbeleid. De randvoorwaarde dat het onderzoek op geen enkele

wijze illegale kinderen van onderwijs uitsluit, doet daar niets aan af.

Het onderwijsnummer wordt met het onderzoek binnen het domein van de

Vreemdelingenwet getrokken.

De geformuleerde randvoorwaarde lijkt overigens veeleer op een

bezweringsformule om het onderwijsnummer in het kader van de

Vreemdelingenwet te mogen gebruiken.

pgn
Elke leerling krijgt in de komende jaren een

persoonsgebonden nummer (pgn). Meestal is dit het sofi-nummer. Als een

leerling geen sofi-nummer heeft, reikt de IB-Groep een onderwijsnummer

uit. Niet iedere deelnemer in de leerplichtige leeftijd die een

onderwijsnummer krijgt, verblijft hier illegaal. De groep kinderen van

ouders die illegaal in Nederland verblijven, maakt echter wel deel uit

van de groep met een onderwijsnummer.

VOS/ABB heeft met de andere onderwijsorganisaties bij de

totstandkoming van de Wet pgn als voorwaarde gesteld dat scholen geen

verlengstuk zouden worden van de opsporingsdiensten. De Tweede Kamer

heeft daarom in de wet ‘Chinese Walls’ aangebracht tussen het gebruik

van het pgn en de Vreemdelingenwet. De ACVZ probeert daar nu gaten in

te schieten.

Ministers
VOS/ABB zal – zo veel mogelijk samen met de

andere onderwijsorganisaties – er bij minister Rita Verdonk voor

Vreemdelingenzaken en Integratie op aandringen het advies van de

commissie op dit punt niet over te nemen. Verdonk zei woensdag in een

interview met de actualiteitenrubriek 2Vandaag dat zij het niet

uitsloot het advies over te nemen. Ook zal VOS/ABB minister Maria van

der Hoeven van OCW vragen net zo standvastig te reageren als eind 2002

in de discussie met de voorganger van minister Verdonk, het huidige

Tweede-Kamerlid Hilbrand Nawijn.

Op de suggestie destijds van Nawijn om de bestanden met het pgn te

koppelen om vast te stellen of er sprake is van illegaliteit,

antwoordde de minister als volgt: ‘Laten wij voorkomen dat dit een

schimmig debat wordt. Wij hebben met elkaar een aantal wetten

vastgesteld: de net besproken Koppelingswet en alle wijzigingswetten op

onderwijswetten, waarin het onderwijsnummer is vastgesteld met alle

daarvoor geldende regels. Die wetten zijn er en zij blijven onverkort

van toepassing.’

De minister vervolgde: ‘Het gewicht dat ik in de strijd werp,

bedraagt 59 kilo. Ik weet niet of dat genoeg is, maar u kunt ervan op

aan dat ik geen loopje zal laten nemen met het recht van kinderen op

onderwijs, dat wij ook mede vastgelegd hebben in het door ons

ondertekende Verdrag van de Rechten van de Mens.’

Minister Verdonk in 2Vandaag