Onderwijsraad over godsdienstles

De Onderwijsraad heeft op verzoek van minister Maria van der Hoeven van OCW een advies uitgebracht over godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in het openbaar basisonderwijs. Lees verder

De minister wilde een advies naar aanleiding van de vraag van dertien samenwerkende organisaties om de rechtspositie van leerkrachten g/hvo in het openbaar basisonderwijs te verbeteren. Dit in het licht van de wet Beroepen in het Onderwijs (BIO), die aan deze leerkrachten bekwaamheidseisen stelt.

VOS/ABB participeert in dit initiatief, omdat openbare scholen gebaat zijn bij kwalitatief goede docenten. Tot de komst van de wet BIO gelden geen kwaliteitseisen voor docenten g/hvo. Het gaat hier overigens om een vorm van ‘bijzonder onderwijs’ dat op verzoek van ouders binnen het openbaar onderwijs plaatsvindt.

Gastheer
Vanwege het principe van scheiding tussen kerk en staat treedt de openbare school uitsluitend als gastheer op. Dit betekent dat de school een lokaal ter beschikking stelt. Het bevoegd gezag is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de lessen en de docenten die deze lessen geven. De zendende instantie – kerkgenootschap of genootschap op levensbeschouwelijke grondslag – is hier verantwoordelijk voor.

De hamvraag is of de rijksoverheid bereid is om het g/hvo structureel te gaan bekostigen. Op dit moment betalen de zendende instanties het veelal geheel of gedeeltelijk uit eigen middelen. In het laatste geval wordt het meestal aangevuld met een gemeentelijke subsidie.

Door het teruglopen van het aantal gemeentelijke subsidieverordeningen dreigt het g/hvo in een steeds moeilijkere positie te geraken. Die positie zal alleen maar verslechteren indien de rijksoverheid niet bereid is om het g/hvo structureel te gaan financieren. De wet BIO legt dusdanige eisen aan docenten op, dat zonder een adequate beloning het aantal mensen dat zich voor dit onderwijs wil bekwamen, verder zal afnemen.

Rijkssubsidie
Naar aanleiding van de adviesvraag van de minister, schreef VOS/ABB een brief aan de Onderwijsraad, waarin de rol van VOS/ABB in het samenwerkingsverband uiteen wordt gezet. De minister heeft het aspect van mogelijke structurele financiering door de rijksoverheid niet in de adviesvraag betrokken. Daarnaast had de minister in overleg met de samenwerkende organisaties laten doorschemeren dat openbare scholen het g/hvo uit eigen middelen zouden moeten gaan financieren.

In de brief aan de Onderwijsraad geeft VOS/ABB aan dat een structurele financiering van het g/hvo – gezien de aard van het onderwijs – niet ten koste kan gaan van het reguliere budget van de openbare school. In de brief staat ook dat een structurele regeling geen extra administratieve lasten met zich mee moet brengen. De voorkeur van VOS/ABB gaat uit naar een constructie – naar analogie van de huidige praktijk op gemeentelijk niveau – om het g/hvo op rijksniveau te subsidiëren. De door de Onderwijsraad geprefereerde oplossing sluit hierbij aan.

De Onderwijsraad doet enkele suggesties met betrekking tot de mogelijkheid van financiering van het g/hvo. Zo acht de raad rijksbekostiging van een landelijke stichting die zorg draagt voor betaling van docenten g/hvo niet bij voorbaat uitgesloten. Nadere facilitering van het g/hvo kan volgens de raad ook worden overwogen met het oog op het wegnemen van aandrang bij groepen ouders tot het stichten van scholen van de eigen richting.

Lumpsum
Daarnaast stelt de Raad dat de wetgever een ruime bovenmarge (maximaal 120 uren op jaarbasis) heeft gegeven voor het maximaal te geven g/hvo en dat dit aantal uren (of de vervangende activiteiten) nu ook al wordt bekostigd uit de lumpsum. Hier trekt de raad volgens VOS/ABB een merkwaardige conclusie die in strijd is met de wet.

Zoals hierboven aangegeven, wordt het g/hvo niet door het openbaar onderwijs uit het reguliere budget betaald. De school treedt uitsluitend als gastheer op. Financiering van het g/hvo door het bevoegd gezag is niet toegestaan. De lokale overheid kan middels een algemene subsidieverordening de zendende instanties die optreden als werkgever van g/hvo-docenten subsidiëren. De subsidie wordt niet verstrekt aan het bevoegd gezag van het openbaar onderwijs.

Naar aanleiding van de discussies in de ledencommissies over de toekomst van het g/hvo zal VOS/ABB binnenkort een bredere sondering onder de leden houden. Tijdens de discussies is gebleken dat een meerderheid van de leden vindt dat de mogelijkheid voor het geven van g/hvo binnen de reguliere schooltijden niet meer van deze tijd is. Ook is aangegeven dat het g/hvo het vormgeven van de eigen actief pluriforme opdracht in de weg kan staan. G/hvo zou daarom uit de wet moeten worden geschrapt.

In de rechterkolom staat het integrale advies van de Onderwijsraad. Daar staan ook de brief van VOS/ABB aan de Onderwijsraad en een artikel over deze kwestie dat eerder op deze website is verschenen.

Informatie: Maurits Huigsloot, 0348-405271, mhuigsloot@vosabb.nl

Bijlagen