Onderwijsraad wil etniciteit weer in gewichtenregeling

De Onderwijsraad vindt dat achterstandsgeld voor basisscholen weer moet worden toegekend op basis van het opleidingsniveau van de ouders in combinatie met hun etniciteit. Daarmee adviseert de raad om de gewichtenregeling die toenmalig minister Maria van der Hoeven van OCW in 2006 invoerde, terug te draaien.

Sinds 1985 ontvangen scholen extra geld als zij veel achterstandsleerlingen hebben. Tot 2006 werd dit zogenoemde gewichtengeld toegekend op basis van het opleidingsniveau en de afkomst van de ouders van leerlingen. Omdat relatief weinig achterstandsgeld naar (plattelands)scholen met veel autochtone achterstandsleerlingen ging, schrapte toenmalig minister Van der Hoeven het criterium ‘etniciteit’. Sinds 2006 krijgen scholen het geld alleen op grond van het opleidingsniveau van de ouders.

Uit onderzoek door bureau ITS van de Radboud Universiteit in Nijmegen (2011) blijkt dat de nieuwe gewichtenregeling van Van der Hoeven er nauwelijks toe leidt dat meer achterstandsgeld naar plattelandsscholen gaat. Slechts 1 procent van deze scholen krijgt substantieel meer geld voor hun achterstandsleerlingen. Dat komt onder meer doordat het gemiddelde opleidingsniveau van ouders op het platteland is gestegen.

Hetzelfde onderzoek wijst ook uit dat bijna 10 procent van de basisscholen sinds de beleidsaanpassing beduidend minder geld krijgt. Dit zijn vooral hindoeïstische en islamitische scholen in de grote steden. De leerlingen van deze scholen zijn vrijwel allemaal van allochtone afkomst. Tot 2006 kregen zij daarom het maximale bedrag uit de pot voor onderwijsachterstanden. Omdat een deel van de ouders van deze leerlingen niet laagopgeleid is, krijgen deze scholen sinds invoering van de nieuwe regeling minder geld.

Vooruitgang boeken
De Onderwijsraad adviseert nu om het criterium ‘etniciteit’ weer in de gewichtenregeling op te nemen. ‘Beide indicatoren blijken nog altijd het meest bepalend voor leerachterstanden’, zo meldt de raad in het advies Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen. Daarin staat ook dat in de indicator ‘opleidingsniveau van ouders’ de bovengrens voor extra financiering moet worden opgetrokken tot het niveau van de startkwalificatie.

Voorts adviseert de raad de drempel in de gewichtenregeling zodanig te verlagen, dat scholen met veel autochtone doelgroepleerlingen meer van de beschikbare achterstandsmiddelen kunnen profiteren. Op die manier zou kunnen worden voorkomen dat plattelandsscholen met weinig of geen allochtone leerlingen erop achteruitgaan.

De Onderwijsraad beveelt het kabinet tevens aan om scholen zelf te laten bepalen hoe ze hun achterstandsgeld besteden, maar ze moeten dat wel kunnen verantwoorden: ‘Voor de kwaliteitsverbetering van het onderwijsachterstandenbeleid is het essentieel dat scholen zichtbaar maken wat ze met de toegekende middelen hebben gedaan (en waarom) en daarover in gesprek gaan met interne en externe belanghebbenden’.

Ten slotte adviseert de Onderwijsraad om meer onderzoek te doen naar de effectiviteit van verschillende maatregelen om goed onderwijs te bieden aan doelgroepleerlingen.