Onderwijstijd achterhaald sturingsmechanisme

Minder regels in het onderwijs. Dat is waar iedereen in het onderwijs naar verlangt en waar de minister naar streeft. De organisaties voor bestuur en management in het voortgezet onderwijs vinden het daarom teleurstellend dat de minister van onderwijs toch weer strikte regels wil stellen aan de onderwijstijd. Zij biedt weliswaar meer ruimte bij een zelfstandige invulling van de schooltijden, maar blijft vasthouden aan gedetailleerde landelijke normen. Lees verder

De minister schiet in een vertrouwde reflex. Vlak voor

de zomervakantie stelt de Tweede Kamer vragen omdat veel scholen in het

voortgezet onderwijs zich niet zouden houden aan het minimaal aantal

voorgeschreven uren ‘onderwijstijd’ (nu 1067 klokuren). Terstond reageert de

minister met een brief naar alle scholen waarin zij aankondigt met aangepaste

voorschriften te zullen komen en waarschuwt zij voor consequenties wanneer

scholen zich hier niet aan houden.

Natuurlijk vinden wij het beeld dat veel uren onbenut

in het onderwijs blijven niet goed. Maar wat zegt het aantal uren over de

kwaliteit van het onderwijs?

Volgens de organisaties voor bestuur en management in

het voortgezet onderwijs zijn scholen verantwoordelijk voor de onderwijsresultaten.

Zij leggen daarover verantwoording af aan de overheid via de inspectie en aan

de schoolomgeving via zelfgekozen vormen van horizontale verantwoording.

Scholen dienen de ruimte te krijgen zelf

verantwoordelijk te zijn over de manier waarop onderwijs gegeven wordt.

Daarover zijn alle betrokkenen het eens. De inspectie controleert de behaalde

resultaten en betrekt ook daarbij het opleidingsniveau en de studiebelasting

van de leerling. De inspectie kan aanbevelingen aan de scholen doen om bij

matige resultaten tot verbeteringen te komen.

Maar o.a. het stellen van strikte voorwaarden aan wat

onderwijstijd is en de inspectie opdracht geven dit te controleren, heeft

volgens ons niets te maken met het toetsen van onderwijskwaliteit. Alsof

onderwijstijd onderwijskwaliteit garandeert. Wij vinden onderwijstijd een

achterhaald sturingsmechanisme.

Terecht wijst de minister erop dat de huidige

omschrijving van het begrip onderwijstijd niet meer in overeenstemming is met

de praktijk op scholen. De onderwijskundige vernieuwingen in de onderbouw, vmbo

en tweede fase hebben ervoor gezorgd dat er steeds vaker andere onderwijsvormen

worden gehanteerd. Waarom wil de minister de begeleiding van een leerling door

een onderwijsassistent dan niet als klokuur tellen? Zij is niet consequent in

haar argumentatie.