Onderwijszorg: meer ruimte, minder regels

De onderwijszorg moet meer samenhang gaan vertonen en eenvoudiger van opzet worden. Dat blijkt uit antwoorden van minister Maria van der Hoeven van OCW aan de Tweede Kamer. Lees verder

De discussienota ‘De organisatie van de onderwijszorg’ van VOS/ABB en de PvdA-notitie ‘Géén kind tussen wal en schip’ hebben de Tweede Kamer en de minister ervan overtuigd dat de onderwijszorg beter moet. In september aanstaande komt de minister met concrete voorstellen.

Meer ruimte, minder regels
Van der Hoeven geeft onder meer aan dat zij de regionale partijen meer ruimte wil bieden om een sluitende aanpak te ontwikkelen voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Daarbij denkt de minister in eerste instantie aan de schoolbesturen en het management.

De minister zegt op korte termijn met maatregelen te komen tegen de problemen die zich voordoen in de verwijzing, indicatiestelling en inzet van ambulante begeleiding. De termijn voor herindicatie gaat van twee naar drie jaar. De minister liet ook weten met minder ingewikkelde indicatiestellingen te komen. ‘Het moet eenvoudiger, efficiënter en vanuit kinderen en ouders gezien effectiever.’

Niet leuker, wel makkelijker
Hoewel bijna de hele Tweede Kamer aandrong op opheffing van de Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling (LCTI), blijft de minister van mening dat de LCTI moet blijven bestaan. Ook relativeerde zij de kritiek op de Commissie voor Indicatiestelling (CvI). ‘Je zult moeten indiceren in het belang van kinderen en ouders’. Maar het kan wel simpeler, erkent ze: ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’.

VOS/ABB en de Algemene Rekenkamer pleiten voor meer geld voor onderwijszorg, maar de minister zegt dat ze daarvoor onvoldoende budget heeft. Wel wil de minister inzetten op meer deskundigheid van leerkrachten. Ze wees daarbij ook op maatregelen die al voor een deel in gang zijn gezet met de invoering van de Wet Beroepen in het Onderwijs, zoals specialisatiecursussen.

Autonomie is groot goed
De minister voelt niets voor een sluitende definitie van onderwijszorg, zoals door de Tweede Kamer werd geopperd. Zoals in de notie ‘Koers PO’ is opgenomen, benadrukt ze nog eens dat de autonomie van scholen een groot goed is. Dit betekent dat er ruimte moet zijn voor verschillende opvattingen over zorg. 

Uit het debat kunnen we concluderen dat de Tweede Kamer en de minister de mening van VOS/ABB delen dat de onderwijszorg in PO en VO veel te complex is. Het past ook niet bij regionale en lokale ideeën en oplossingen. Samen met de ledencommissies PO, VO en WEC moeten we de komende tijd toewerken naar meer ruimte en minder regels. Hierbij staat uiteraard één ding voorop: Een goed traject voor elk kind.

Informatie: Henk Keesenberg, 0348-405.226, hkeesenberg@vosabb.nl