Onderzoek naar vereniging als bestuursvorm

Kamerleden vinden het de moeite waard om een onderzoek in te stellen naar de wenselijkheid van de vereniging als bestuursvorm in het openbaar onderwijs. Dat bleek tijdens het congres van de Algemene Vereniging voor Medewerkers in het Onderwijs (AVMO) van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Lees verder

De Kamerleden Margot Kraneveldt (PvdA), Jan Jacob van Dijk (CDA) en Manja Smits (SP) woonden woensdag het AVMO-congres in Utrecht bij.

Kraneveldt zei dat zeggenschap en kleinschaligheid in het onderwijs belangrijk zijn. Daarom is het volgens haar interessant om te kijken of de vereniging kan worden toegevoegd als bestuursvorm in het openbaar onderwijs. Tegelijkertijd waarschuwde zij dat verenigingen ‘ook kleine koninkrijkjes kunnen zijn’.

Van Dijk stelde dat een onderzoek naar de vereniging als bestuursvorm verstandig is, omdat het openbaar onderwijs het volgens hem soms moeilijk heeft. ‘Dus als de verenigingsvorm het openbaar onderwijs aantrekkelijker maakt, mag het’.

Hij zei ook dat directeur Rob Limper van de Vereniging Openbaar Onderwijs een zwak argument gebruikt als die stelt dat de vereniging niet goed zou zijn, omdat het openbaar onderwijs niet mag worden overgelaten aan lekenbestuurders.

Smits benadrukte dat kleinschaligheid en betrokkenheid bij de samenleving van groot belang zijn voor het onderwijs. Ze wees erop dat uit onderzoek blijkt dat leraren geen grote instituties willen. Een onderzoek naar vereniging als bestuursvorm in het openbaar onderwijs is daarom volgens haar interessant.

Jurist Frans Brekelmans van de AOb stelde dat een onderzoek naar de verenigingsvorm een optie is, omdat dit past in de trend tot kleinschaligheid en verkleining van de afstand tussen het bestuur en de werkvloer. De vereniging is volgens hem democratischer, biedt mogelijkheden tot afvaardiging en past in de ‘menselijke-maatgedachte’.

Wat vindt VOS/ABB?
Verenigingssecretaris Ritske van der Veen van VOS/ABB, die ook op het congres aanwezig was, bleef bij het standpunt dat hij met VOO-directeur Limper deelt, dat de vereniging niet geschikt is als bestuursvorm in het openbaar onderwijs.

Hij wees erop dat er meestal pas betrokkenheid ontstaat als er problemen zijn. ‘Dat leidt vaak tot weinig verheffende taferelen’, aldus Van der Veen. Het gaat volgens hem meer om de mentaliteit van hoe je met elkaar omgaat dan om de juridische vorm.

Zie ook het gerelateerde bericht in de rechterkolom.