Onderzoek onder samenwerkingsscholen

Het SCO-Kohnstamm Instituut heeft op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek gedaan onder samenwerkingsscholen. Dit naar aanleiding van de herziening van artikel 23 van de Grondwet. De herziening moet het op termijn mogelijk maken een samenwerkingsschool in stand te houden. Lees verder

Het is een lange weg om de stichting van een formele samenwerkingsschool wettelijk mogelijk te maken. Eerst dient artikel 23 van de Grondwet te worden gewijzigd. Naar verwachting wordt dit proces medio dit jaar afgerond. Vervolgens is aanpassing nodig van de bestaande onderwijswetten (WPO, WVO en WEC).

Proeve
Hoe de aanpassing er uit zal zien, heeft minister Maria van der Hoeven van OCW al geschetst in haar ‘Proeve wetsvoorstel samenwerkingsscholen’. Decennialang bestaan er echter al scholen die zich aanduiden als samenwerkingsschool. Nu een specifieke juridische regeling voor die scholen nog ontbreekt, zijn ze formeel-juridisch een openbare óf een bijzondere school. Het gaat om circa 40 scholen.

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de minister laten onderzoeken hoe de bestaande samenwerkingsscholen denken over het stelsel zoals dat in de proeve is geschetst. Het resultaat van het onderzoek, dat is uitgevoerd door het SCO-Kohnstamm Instituut, is eind januari naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het onderzoek spitste zich toe op de volgende vier vragen:

* Hoe komt het samenwerkingskarakter tot uitdrukking in het onderwijsleerproces? 
* Welke afspraken zijn gemaakt over het benoemingsbeleid?
* Welke afspraken zijn gemaakt over het toelaten en verwijderen van leerlingen?
* Hoe is de invloed van de bestuurlijke partners geregeld?

Aandacht voor de levensbeschouwing vindt vooral plaats bij de viering van feestdagen. Voor leerlingen bestaat bij menige school de keuzemogelijkheid om aan levensbeschouwelijke activiteiten deel te nemen. Het samenwerkingskarakter komt niet expliciet tot uitdrukking bij de keuze van leermiddelen.

In de praktijk vindt de aanstelling van nieuwe docenten veelal plaats naar evenredigheid van de deelnemende denominaties. Dit wringt in zekere mate met het uitgangspunt van de proeve dat het personeel op de samenwerkingsschool  algemeen benoembaar moet zijn. 

De proeve stelt dat de samenwerkingsschool algemeen toegankelijk moet zijn. Uit het onderzoek blijkt dat dit ook regel is bij de bestaande samenwerkingsscholen. Deze eis zal in de praktijk dan ook geen problemen opleveren. De proeve schrijft voorts de stichting voor als bestuursvorm. Dit stuit ook nauwelijks op problemen.

Toezicht
Een andere voorwaarde van de proeve is echter dat twee instanties, te weten de gemeente en het desbetreffende bijzondere schoolbestuur, toezicht uitoefenen op het samenwerkingskarakter. Ongeveer de helft van de ondervraagde samenwerkingsscholen vindt dit bezwaarlijk en overbodig.

Ook vinden de samenwerkingsscholen het niet nodig om een geschillencommissie in het leven te roepen, die oordeelt over eventuele conflicten tussen de toezichthouders. 

Lees ook de managementsamenvatting door het SCO-Kohnstamm Instituut 

Informatie: Klaas te Bos, 0348-405277, ntebos@vosabb.nl

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn