Oppassen met uitzonderingen VOG

Het is goed nieuws dat de minister van justitie de regels voor het afgeven van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aanscherpt. Hij reageert daarmee positief op de verontruste signalen uit het onderwijs. De VOG wordt hiermee een stuk betrouwbaarder, maar VOS/ABB zet nog wel vraagtekens bij de uitzonderingen die mogelijk zijn. Lees verder

Het Centraal Orgaan Verklaringen Omtrent Gedrag (COVOG), die de VOG afgeeft, mag namelijk van de aanscherpingen afwijken als ‘het onthouden van de VOG evident disproportioneel is’. Het COVOG beoordeelt bij elke aanvraag voor een VOG of het gedrag (in het verleden) van de persoon bezwaar oplevert voor zijn nieuwe baan.

Iemand die een veroordeling heeft wegens dronken rijden kan beter geen taxichauffeur worden, maar voor een baan als leerkracht is deze veroordeling minder relevant, zegt het COVOG. Deze beoordeling wil VOS/ABB graag bij het COVOG laten. Mensen moeten een tweede kans krijgen. Daarbij gaan we ervan uit dat de beoordeling door het COVOG zeer zorgvuldig gebeurt.

Zedendelicten
Echter, als er een uitzondering wordt gemaakt voor mensen die een zedendelict hebben begaan, vindt VOS/ABB het anders liggen. In zo’n geval moet het schoolbestuur ervan op de hoogte worden gesteld dat de uitzondering is gemaakt en op grond waarvan. Het schoolbestuur kan dan zelf ook een zorgvuldige afweging maken of de betreffende persoon in een functie in het onderwijs benoemd kan worden.

Het blijkt dat het de afgelopen 2,5 jaar achttien keer is voorgekomen dat een Verklaring Omtrent Gedrag is afgegeven aan iemand, die in het onderwijs ging werken terwijl hij eerder was veroordeeld wegens een zedendelict. VOS/ABB vindt dat de schoolbesturen waar deze 18 mensen werken, alsnog op de hoogte gesteld moeten worden.

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn