Dick Mentink: laatste school moet openbaar zijn!

De laatste school in een dorp moet een openbare school zijn. Dat heeft emeritus hoogleraar onderwijsrecht Dick Mentink woensdag benadrukt tijdens het Ouder Café in Den Haag. De bijeenkomst was georganiseerd door de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) in samenwerking met de andere ouderorganisaties in het onderwijs. Het ging over de gevolgen van demografische krimp.

Mentink verwoordde wat VOS/ABB en VOO al jaren onder de aandacht van de politiek brengen: de visie dat de laatste school in een dorp een openbare school moet zijn, komt rechtstreeks voort uit artikel 23 van de Grondwet. Daarin staat immers dat er overal voldoende openbaar onderwijs moet zijn.

Deze garantiefunctie betekent dat er openbaar onderwijs móet zijn, en dat er daarnaast bijzonder onderwijs mág bestaan. Dit onderscheid is van wezenlijk belang als openbaar en bijzonder onderwijs tot samenwerkingsscholen willen komen. Dit speelt vooral in gebieden met demografische krimp.

Niet van 23 naar 100
De reacties vanuit de politiek op de krimpvisie die staatssecretaris Sander Dekker van OCW eerder op woensdag presenteerde, waren over het algemeen positief. Dat gold vooral voor het feit dat Dekker het advies van de Onderwijsraad naast zich neerlegt om de minimale opheffingsnorm in het primair onderwijs te verhogen van 23 naar 100 leerlingen. Basisscholen met minder dan 100 leerlingen mogen dus openblijven.

Kritiek was er ook, vooral van de christelijke partijen. Kamerlid Michel Rog van het CDA zei dat Dekker nog steeds ten onrechte een verband legt tussen kleine scholen en slecht onderwijs. Rog maakt zich zorgen over het afbouwen van de kleinescholentoeslag. In plaats daarvan wil Dekker samenwerking belonen. Hoe één en ander eruit komt te zien, is nog niet duidelijk.

Vrees voor verlies identiteit
Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie is bang dat het verdwijnen van de kleinescholentoeslag ertoe leidt dat basisscholen in krimpregio’s worden gedwongen om samen te gaan. Zijn angst staat uiteraard in het teken van het mogelijke verlies van de christelijke identiteit van het onderwijs in kleine dorpen.

De PvdA is blij met de bonus op samenwerking. Kamerlid Loes Ypma pleitte voor zo’n bonus in combinatie met een bekostiging op basis van bevolkingsdichtheid. Het is volgens haar van belang dat niet alleen schoolbesturen, maar ook ouders en leerkrachten over samenwerking nadenken en meediscussiëren. Ook Kamerlid Karin Straus is voorstander van samenwerking tussen kleine scholen.

Samenwerken ≠ fusie
D66’er Paul van Meenen kwam met een kritische noot. Hij vindt dat alle opheffingsnormen moeten verdwijnen. Ook zei hij dat samenwerking niet per se fusie mag betekenen. De identiteit van de school is van ondergeschikt belang. Het gaat in krimpgebieden volgens hem in de eerste plaats om het behoud van onderwijskwaliteit.

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn