Ouders en schoolkeuze

Bij de schoolkeuze zeggen ouders de kwaliteit van het onderwijs het belangrijkste te vinden. Toch geven bij de uiteindelijke keuze ‘sfeer’ en ‘bereikbaarheid’ de doorslag. Steeds minder ouders geven aan een voorkeur te hebben voor een bepaalde denominatie. Lees verder

In 1990 had 7% van de ouders van leerlingen in het basisonderwijs geen voorkeur voor de ‘richting’ van de school, in 2000 was dat aandeel toegenomen tot 15%. Bij ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeg dit percentage van 8% naar ruim 20%.

Dit zijn enkele conclusies uit de publicatie ‘Ouders over opvoeding en onderwijs’ van het Sociaal en Cuiltureel Planbureau (2004). Hierin geven de onderzoekers een beeld van de opvattingen over opvoeding en onderwijs van ouders van leerlingen in het basis- en het voortgezet onderwijs. Zij baseren zich daarbij grotendeels op de resultaten van een enquête onder ruim 1200 ouders met kinderen in het basisonderwijs en een iets kleiner aantal ouders met kinderen in de eerste vier leerjaren van het voortgezet onderwijs.

Schoolkeuzemotieven
Bij de keuze van een basisschool vinden ouders de kwaliteit van het onderwijs in principe het belangrijkst. Levensbeschouwelijke overwegingen, de bereikbaarheid en ook de aanwezigheid van naschoolse opvang zijn in principe minder belangrijk. Toch geven bij de uiteindelijke keuze de sfeer en de bereikbaarheid van een school vaak de doorslag.

In het protestants-christelijk onderwijs en bij de kleine christelijke richtingen is de levensbeschouwing het meest genoemde argument voor de uiteindelijke schoolkeuze. Er is weinig verschil tussen de keuzemotieven voor katholiek en openbaar onderwijs.

In het voortgezet onderwijs is de wens van het kind de allerbelangrijkste keuzeoverweging voor een bepaalde school.

Groeiend aantal ouders zonder richtingsvoorkeur
Een groeiend aantal ouders heeft geen uitgesproken voorkeur voor de ‘richting’ van de school van hun kind. In 1990 had 7% van de ouders van leerlingen in het basisonderwijs geen voorkeur, in 2000 was dat aandeel toegenomen tot 15%. Voor ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeg in diezelfde periode het percentage van 8% naar ruim 20%. Bij de ouders die wel een voorkeur voor een richting hebben, heeft de gekozen school in ongeveer één op de vier gevallen (basisonderwijs 23%, voortgezet onderwijs 28%) niet de gewenste richting.

In deze cijfers zijn Turkse en Marokkaanse ouders niet inbegrepen. Ongeveer één op de drie Turkse en Marokkaanse ouders heeft een voorkeur voor Islamitisch basisonderwijs. De helft daarvan heeft daadwerkelijk kunnen kiezen voor een Islamitische basisschool. Het openbaar onderwijs is echter de grootste voorkeursrichting onder Turkse en Marokkaanse ouders.

Dit SCP-rapport is bijzonder lezenswaardig, waarbij wij u vooral de samenvatting en hoofdstuk 4 ‘Schoolkeuze’ aanbevelen. Een samenvatting van hoofdstuk 4 vindt u in dit dossier onder de titel ‘Schoolkeuzemotieven’ (in de rechterkolom naast dit artikel).

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn