Overheid heeft tunnelvisie op onderwijs

Het Nederlandse onderwijs doet het goed vergeleken met dat in andere landen. De regering heeft echter oogkleppen op, waardoor er geen zicht is op risico’s die de kwaliteit kunnen aantasten. Dat blijkt uit het advies Een smalle kijk op onderwijskwaliteit van de Onderwijsraad.

De raad signaleert dat er te weinig visie is op wat het onderwijs leerlingen moet bijbrengen. Zo is de aandacht eenzijdig gericht op meetbare doelen, vooral op het verhogen van taal- en rekenprestaties, wat volgens de Onderwijsraad ten koste gaat van bijvoorbeeld algemene vorming. Ook hebben scholen door prestatieverhogende maatregelen onvoldoende ruimte om eigen accenten te leggen of om te vernieuwen.

Bovendien staat volgens de Onderwijsraad ‘de eigenwaarde van leerlingen die niet goed presteren op basisvaardigheden, onder druk’. Daarbij noemt de raad het vroege keuzemoment voor vmbo, havo of vwo, dat de cognitieve verschillen tussen jongeren van verschillende sociale achtergronden benadrukt.

De Onderwijsraad geeft de regering drie adviezen:

  1. Maak brede kwaliteit inzichtelijk: er moeten indicatoren komen voor de opbrengsten van brede vakken, zoals geschiedenis, economie, filosofie en cultuureducatie, en ook voor onder andere burgerschapsvorming.
  2. Stuur centraal op hoofdlijnen en geef scholen meer ruimte voor onderwijsinhoud.  Dit vergt meer kennis van bestuurders, schoolleiders en leraren.
  3. Zorg voor meer waardering van niet-cognitieve capaciteiten: de samenleving heeft ook behoefte aan creativiteit, probleemoplossend vermogen, samenwerking, culturele en morele sensitiviteit, zorgzaamheid en vakmanschap.

Lees het advies Een smalle kijk op onderwijskwaliteit van de Onderwijsraad.