Passend onderwijs moet flexibel en doelmatig

De staatssecretarissen Sharon Dijksma en Marja van Bijsterveldt hebben de Tweede Kamer geïnformeerd over de heroverweging van passend onderwijs. Zij hebben mede namens minister André Rouvoet van Jeugd en Gezin de Kamer hierover een brief gestuurd. Lees verder

Kern van de brief is dat de ruim 2 miljard euro voor passend onderwijs volgens de staatssecretarissen en minister Rouvoet nu nog te weinig bij de leerlingen terechtkomt. In de brief staat onder meer dat de complexiteit en regeldichtheid van het stelsel bestuur en management niet stimuleert om zorg flexibel en doelmatig te organiseren.

De inefficiëntie rond passend onderwijs vloeit volgens OCW voort uit de regionale netwerken: ‘De vorming van regionale netwerken voor primair en voortgezet onderwijs samen leidt tot veel overleg en afstemming, vooral vanwege de grote verschillen wat betreft organisatie tussen beide sectoren. Besturen die verantwoordelijkheid willen nemen voor passend onderwijs krijgen daarvoor te weinig ruimte.’

De bewindslieden stellen dat er een omslag nodig is. Die moet ertoe leiden dat er ‘meer handen in de klas’ komen en dat leraren beter worden begeleid bij de omgang met zorgleerlingen. Ook moeten ouders sterker worden betrokken bij het onderwijs. Zij moeten op basis van de zorgplicht verzekerd zijn van een passende plek voor hun kind.

VOS/ABB positief
Senior beleidsmedewerker Anna Schipper van VOS/ABB, die zich specifiek met de ontwikkelingen rond passend onderwijs bezighoudt, is positief over de brief. ‘Het is goed dat de aandacht wordt verlegd van de structuren naar de inhoud. Dat sluit aan bij wat scholen willen. Die streven ernaar om leerlingen zo te ondersteunen dat die zich kunnen ontwikkelen om in de toekomst te kunnen participeren in de samenleving.’

Schipper benadrukt dat de ondersteuning van de leraar met extra scholing en ‘meer handen in de klas’ daarbij past. ‘Het meeste werk moet tenslotte in de klas worden verzet. Meer zorg is meer middelen, en dat is een goede ontwikkeling.’

Ze wijst er ook op dat toekenning van middelen voor rugzakjes in cluster 3 en 4 en ambulante begeleiding aan samenwerkingsverbanden ervoor zorgt dat er flexibeler kan worden omgegaan met de zorgmiddelen. ‘Daarbij hoort dat wordt verantwoord wat er met dat geld gebeurt. Dat er in die zin meer verantwoordelijkheid bij de besturen komt te liggen, zou je passend kunnen noemen.’

Ook vindt Schipper het begrijpelijk dat er wordt afgestapt van landelijke indicering (de zogenoemde slagboomdiagnostiek). ‘Handelingsgericht indiceren zal niet eenvoudig zijn te realiseren. Aansluiten bij de permanente commissies leerlingenzorg is volgens mij logische stap.’

De grotere plaats die wordt ingeruimd voor de stem van de ouders, biedt volgens Schipper ‘openingen om de samenwerking tussen ouders en onderwijsinstellingen te verbeteren’.

Klik hier voor een bericht op de website van het ministerie van OCW;

Klik hier voor de brief van Dijksma, Van Bijsterveldt en Rouvoet aan de Tweede Kamer.

Informatie: Anna Schipper, 06-30056066, aschipper@vosabb.nl