Periodieke inspecties blijven gehandhaafd

De Inspectie van het Onderwijs blijft alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs minimaal eens in de vier jaar bezoeken. Dat hebben de staatssecretarissen Sharon Dijksma en Marja van Bijsterveldt van OCW toegezegd. Lees verder

Dijksma en Van Bijsterveldt zijn met hun toezegging ingegaan op de eis van CDA, PvdA en de SP in de Tweede Kamer om de periodieke inspectie te handhaven. OCW wilde de inspectiebezoeken aan scholen die het op papier goed doen tot een minimum terugdringen. De inspectie zou haar aandacht vooral moeten richten op slecht presterende scholen.

Maar op aandringen van de Kamer krijgen toch álle scholen minimaal eens in de vier jaar bezoek van de inspectie. Dat kan in de vorm van een verrassingsonderzoek of van een thema- of verificatieonderzoek. Scholen die het niet goed doen, worden vaker bezocht. Na deze toezegging van OCW stemde de Kamer in met het zogenoemde Nieuwe Toezicht.

Het Nieuwe Toezicht houdt in dat:

  • De inspectie risicoanalyses maakt en op basis daarvan voor iedere school een toezichtarrangement opstelt
  • Het toezicht zich specifieker zal richten op de besturen waar risico’s zijn geconstateerd
  • De inspectie zo veel mogelijk gebruik zal maken van alle beschikbaar gegevens, zodat besturen zo min mogelijk bevraagd zullen worden
  • De schoolbesturen het eerste aanspreekpunt voor de inspectie zullen worden in plaats van de schooldirecties.

Minister Ronald Plasterk van OCW heeft toegezegd dat het aantal van 170 inspecteurs niet zal dalen. In verband met een bezuinigingsoperatie moest het aantal inspecteurs omlaag, maar die bezuiniging kan volgens Plasterk beter worden gerealiseerd door op de inspectiekantoren efficiënter te gaan werken.

Informatie: Sicco Baas, 0348-405231, shbaas@vosabb.nl

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn