Pleidooi voor behoud maatschappelijke stages

Een ruime meerderheid van de schoolleiders in het christelijk voortgezet onderwijs vindt dat de overheid de financiering van de maatschappelijke stage moet handhaven. Dat blijkt uit een peiling van de Besturenraad.

De maatschappelijke stage voor leerlingen in het voortgezet onderwijs is sinds het schooljaar 2011/2012 verplicht. Het was het geesteskind van voormalig CDA-minister Marja van Bijsterveldt. De instelling van de verplichte maatschappelijke stages maakte deel uit van het normen-en-waardenbeleid onder de christendemocratische oud-premier Jan-Peter Balkenende.

VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil deze verplichting met ingang van het schooljaar 2014/2015 weer intrekken. Dekker is niet tegen de maatschappelijke stage, maar in het licht van de overheidsbezuinigingen wil hij de stages niet meer verplicht stellen. Scholen kunnen maatschappelijke stages blijven organiseren, maar ze krijgen er vanaf 2014/2015 van de overheid geen geld meer voor.

De Besturenrad meldt op basis van een peiling onder 124 schoolleiders dat dit in het christelijk voortgezet onderwijs wordt ervaren als ‘zwabberbeleid’. Van de respondenten vindt 72 procent dat scholen verplicht moeten blijven een maatschappelijke stage aan te bieden. Hoewel de organisatie van de stages volgens hen veel inspanning vergt, hechten ze er erg veel waarde aan. Leerlingen leren iets voor een ander te doen zonder er iets voor terug te krijgen. Ze vinden zo de weg naar vrijwilligerswerk en ontwikkelen maatschappelijke betrokkenheid, is de gedachte.

Als de financiering van structureel 55 miljoen euro en de verplichting wegvallen, blijkt dat 32 procent van de gepeilde christelijke vo-scholen geen maatschappelijke stages meer zal aanbieden.  Andere christelijke scholen voor voortgezet onderwijs zouden met de maatschappelijke stages doorgaan, maar dan in afgeslankte vorm.