Prestaties zijn meer dan goede cijfers

Het Nederlandse onderwijs moet weer tot de internationale top 5 behoren. Daarom moeten scholen efficiënter en prestatiegerichter worden, vindt minister Marja van Bijsterveldt van OCW. Het gevaar is dat we hiermee de maatschappelijke rol, die vooral ook voor het openbaar onderwijs zo belangrijk is, uit het oog verliezen. Lees verder

Het is essentieel dat er op school veel geleerd wordt en dat de tijd die daarvoor beschikbaar is, op efficiënte wijze wordt benut. Ook is het een goed pleidooi van de minister dat scholen de ontwikkeling van hun leerlingen structureel moeten toetsen, én waar nodig op basis van de toetsresultaten sturing moeten geven aan een beter onderwijsproces. Dit kan de druk op die scholen die tot nu toe zwak presteren verhogen, waardoor ze hun kwaliteit mogelijk sneller op orde brengen. Ook is het nodig dat de kwaliteit van leraren en ook managers omhoog gaat, zonder dat ik hiermee degenen die het nu al prima doen in diskrediet wil brengen! Het uiteindelijk doel moet zijn dat kwalitatieve scholen excellent onderwijs geven aan de generatie die in de toekomst de kenniseconomie van Nederland verder ontwikkelt. Dat is nodig als we ons huidige welvaartsniveau minimaal willen behouden.

De minister haakt ook in op de klacht van veel scholen dat er allerlei maatschappelijke en opvoedkundige taken over hen worden uitgestort. Als voorbeeld worden vaak de lessen tegen obesitas en financiële schulden genoemd. Die zouden wat minister Van Bijsterveldt betreft kunnen verdwijnen of in elk geval een stuk minder moeten worden. De redenering die hierachter schuilgaat, is dat kwesties als gezond eten en verstandig met geld omgaan tot de opvoedingstaak van de ouders behoren.

Ik vraag mij echter af of het zo simpel is. De realiteit leert dat niet alle ouders hun opvoedkundige taken serieus nemen en dan is het goed dat de school dat wel doet. We mogen leerlingen niet de dupe laten worden van het feit dat een deel van de ouders in de opvoeding tekortschiet. Dat is niet alleen van belang voor die leerlingen zelf, maar voor de hele samenleving. De maatschappelijke rol van de school mag daarom niet op de achtergrond verdwijnen als er meer aandacht gaat naar meetbare prestaties.

Presteren is namelijk meer dan alleen maar goede cijfers halen voor wiskunde en Engels, of voor rekenen en taal, om het in basisschooltermen te benoemen. Zeker voor het openbaar onderwijs is het van belang dat ook de maatschappelijke rol prominent aanwezig blijft. Openbare scholen staan immers midden in de samenleving en zorgen ervoor dat leerlingen met verschillende achtergronden ook op sociaal-maatschappelijk gebied van elkaar leren. Dan denk ik aan burgerschap, sociale integratie, levensbeschouwing en wederzijds respect. Dat is de meerwaarde die het openbaar onderwijs moet blijven bieden.

Naast excellent onderwijs, dat leerlingen op cognitief gebied het beste moet bieden, blijft het dus ook essentieel dat scholen op maatschappelijk en opvoedkundig vlak actief blijven. Dat is goed voor de sociale cohesie van de toekomstige samenleving, en dus uiteindelijk voor de economie en de internationale concurrentiepositie van Nederland, waar de minister zich -terecht- zorgen over maakt.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB