Primair en voortgezet onderwijs financieel gezond

Het onderwijs is over het algemeen een financieel gezonde sector. Dat geldt in sterkere mate voor primair dan voor het voortgezet onderwijs. In het primair onderwijs verkeert 1,5 procent van de besturen in de financiële gevarenzone, in het voortgezet onderwijs is dat 5 procent. Dat staat in het Onderwijsverslag 2008/2009 van de Inspectie voor het Onderwijs.
Lees verder

De inspectie waarschuwt besturen dat ze er rekening mee moeten houden dat hun financiën de komende jaren sterker onder druk komen te staan. Dat komt door stijgende kosten voor personeel en huisvesting en dalende inkomsten.

Wat betreft de vermogenspositie van schoolbesturen, meldt de inspectie dat de helft van de besturen in het primair onderwijs en tweederde van de besturen in het voortgezet onderwijs een vermogen heeft dat de signaleringsgrenzen van de commissie Don te boven gaat. De inspectie onderzoekt de aard en de oorzaken daarvan.

De inspectie gaat tevens in op het belang van de jaarverslaggeving voor een goed toezicht op het onderwijs. Ongeveer de helft van de besturen levert het jaarverslag niet stipt op tijd in. Sommige besturen doen dat maanden te laat. Dat bemoeilijkt het toezicht, meldt de inspectie.

In het Onderwijsverslag staat ook dat de meeste accountantscontroles van voldoende kwaliteit zijn. Wel constateert de inspectie dat er kwalitatieve verschillen zichtbaar zijn tussen accountantskantoren. Waar aanvullende controles moesten plaatsvinden, werd alsnog zekerheid verkregen over de rechtmatigheid van de bekostiging.

Ten slotte meldt de inspectie dat in het primair onderwijs een aantal overheidsvoorschriften niet goed wordt nageleefd. Het gaat hier vooral om de voorschriften voor leerlinggewichten. Door fouten bij het verstrekken van gegevens op basis waarvan leerlinggewichten worden toegekend, is in 2009 ruim 28 miljoen euro ten onrechte uitgekeerd.

Klik hier voor het Onderwijsverslag 2008/2009.