Prof. Simons: ‘Beeld van onderwijs te negatief’

De commissie-Dijsselbloem, die de onderwijsvernieuwingen heeft onderzocht, wilde bewust een negatief beeld schetsen van het onderwijs. Daarom heeft ze vergelijkingen met het buitenland, waaruit steeds blijkt dat het Nederlandse onderwijs uitstekend presteert, genegeerd. Lees verder

Dat zegt prof. dr. P. Robert-Jan Simons, hoogleraar-directeur van het Instituut voor de lerarenopleidingen aan de Universiteit van Utrecht, deze week in een artikel in de Science Guide.

“In het buitenland is men jaloers op onze onderwijsprestaties, terwijl er hier alleen maar ontevreden over wordt gedaan. In onze samenleving is een negativisme ontstaan, waarin geen plaats is voor optimisme of trots”, aldus Simons in zijn artikel. Hij geeft aan dat dit niet helpt om jonge mensen enthousiast te maken voor het onderwijs.

Harde feiten
Simons betoogt dat de commissie harde feiten heeft genegeerd. Het gaat dan om gegevens uit bijvoorbeeld de Pisa studies, waaruit blijkt dat Nederlandse docenten veel meer (les)uren maken dan docenten in andere landen, in klassen die groter zijn dan in de meeste andere landen. “Daardoor heeft de commissie naar mijn mening de belangrijkste verklaring voor het (m.i. discutabele) tegenvallen van de resultaten van sommige onderwijsvernieuwingen gemist: docenten hadden gewoon te weinig tijd om zich de vernieuwingen eigen te maken, geen tijd voor professionalisering en hadden te grote klassen”, concludeert Simons.

‘Fantastische prestatie’
Hij vervolgt: ‘Wanneer we de vernieuwingen in dit licht bekijken, heeft het Nederlandse onderwijs een fantastische prestatie geleverd. Onder dergelijke omstandigheden internationaal gezien toch voorop lopen in de vernieuwingen van het onderwijs en goede tot uitstekende resultaten afleveren, is knap. We kunnen trots zijn op ons onderwijs en op de vernieuwingen. Zo is de vernieuwing in het vmbo – zelfs – volgens de commissie goed gelukt”.

Lerarentekort terugdringen
Simons voorziet als kernprobleem voor de komende jaren het lerarentekort en draagt in zijn artikel een aantal maatregelen aan om dat tekort terug te dringen. Het gaat dan om vergroten van de instroom in lerarenopleidingen, bevorderen dat docenten in het onderwijs blijven en bijdragen aan de innovatieve kwaliteit van het leraarschap.

Mogelijke manieren om dit te bereiken zijn volgens Simons onder meer: docent-assistentschappen mogelijk te maken tijdens de studie, op zoek te gaan naar nieuwe doelgroepen zoals mensen uit het bedrijfsleven, voor zittende docenten alternatieve carrièretrajecten te ontwerpen zoals een masteropleiding of promotieonderzoek, het aanbieden van masterclasses en cursussen, en ten slotte strengere selectie aan de poort om de status van het beroep te verbeteren.

Politiek
“Het is belangrijk dat ook de politiek bijdraagt aan een positiever beeld van het beroep van leraar”, besluit Simons zijn artikel. “Dat kan onder meer door het negatieve beeld van het onderwijs dat de commissie-Dijsselbloem schetst, te corrigeren en door middelen beschikbaar te stellen voor statusverbetering van het leraarschap, zoals voor (promotie-)onderzoek door leraren zelf”.

Lees ook het volledige artikel van prof. dr. Simons: ‘Trots op onderwijs’.