Referentiekader passend onderwijs nog lang niet af

De uitwerking van het referentiekader voor passend onderwijs kost meer tijd dan verwacht. In het najaar wordt er verder over gepraat. Op dit moment is er alleen nog maar een werkdocument. Deze tussenrapportage is mede namens PO-Raad en VO-raad naar de Tweede Kamer gestuurd. Lees verder

In de afgelopen maanden hebben diverse deskundigen zich gebogen over de contouren van het te vormen referentiekader. Daarbij is vooral gekeken naar relevantie, uitvoerbaarheid en effectiviteit. Het werkdocument dat nu naar de Tweede Kamer is gestuurd, is bedoeld om richting te geven aan de samenhang tussen verscheidene adviezen. In de aanbiedingsbrief bij het werkdocument staat dat de adviezen zijn opgesteld op basis van het geld dat nu voor passend onderwijs beschikbaar is. Bezuinigingen zullen de ontwikkelingen kunnen verstoren.

In het werkdocument staat het al langer bekende adagium dat de gezamenlijke maatschappelijk doelstelling van alle betrokken instanties is dat alle kinderen in staat moeten worden gesteld om succesvol te zijn in het onderwijs. Dit betekent dat alle kinderen het onderwijs kunnen volgen dat bij hen past. Als voorwaarden worden genoemd: onderwijskwaliteit, toegankelijke zorg en voldoende fysieke voorzieningen, zoals goede onderwijshuisvesting in een kwalitatieve woonomgeving.

Het document gaat voorts in op de gewenste maatschappelijke effecten van passend onderwijs. Ook hier worden geen opmerkelijke nieuwe standpunten ingenomen. Zo moeten meer jongeren, ongeacht hun eventuele stoornis of handicap, een startkwalificatie halen en vervolgens werk vinden en voor zichzelf kunnen zorgen. Meer maatschappelijke participatie is ook een doelstelling. Belangrijk hierbij is dat er streefcijfers worden vastgesteld.

Van curatie naar preventie
Voor passend onderwijs is het van groot belang, zoals alle betrokkenen allang zeggen, dat voorkomen beter is dan genezen, of zoals in het werkdocument staat: van curatie naar preventie. Hierbij moeten alle fases in het onderwijsproces worden betrokken, dus van de voor- en vroegschoolse educatie tot en met het middelbaar beroepsonderwijs. Samenwerkingsverbanden spelen hierin  een belangrijke rol.

Het werkdocument gaat ook expliciet in op de positie van de ouders. Op collectief niveau zouden zij moeten meebeslissen over financiële aspecten. Schoolbesturen zouden daar een transparant beleid voor moeten voeren. Ook wordt ingegaan op de positie van leraren. Zij worden gezien als de ‘belangrijkste actoren’, voor wie onderwijskundig leiderschap van de scholen cruciaal is.

Wat en hoe
In een nadere uitwerking wordt ingegaan op het ‘wat’ en het ‘hoe’. Over het ‘wat’ moeten door alle betrokkenen heldere afspraken worden gemaakt, die gaan gelden als een landelijke standaard. Het ‘hoe’ wordt vastgelegd in het onderwijszorgplan van het samenwerkingsverband en het zorgprofiel van de scholen. Daarbij moet er ruimte zijn voor regionale en sectorale verschillen. Er moet een goed gevulde toolbox komen met instrumenten die voor de uitvoering van passend onderwijs van belang zijn.

In het document staat ook dat elke onderwijsinstelling in het kader van de ‘Wet goed onderwijs, goed bestuur’ het intern toezicht op de uitvoering van passend onderwijs goed moet hebben geregeld. Schoolbesturen moeten passend onderwijs in hun jaarverslag opnemen.

Werk in uitvoering
Het werkdocument heeft volgens de sectororganisatie nadrukkelijk het karakter van ‘werk in uitvoering’. In het najaar worden er ledenraadplegingen georganiseerd.. Ook zullen dan experts worden geconsulteerd en belanghebbenden, zoals ouderorganisaties, onderwijsvakorganisaties en zorgpartners in de jeugdketen, betrokken worden bij de verdere uitwerking van het referentiekader passend onderwijs.

Het werkdocument en de aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer staan in de rechterkolom van dit bericht.

Bijlagen